Welke typen pensioenstelsels bieden bescherming tegen de gevolgen van een recessie wat betreft inkomens- en gezondheidsongelijkheid?

Achtergrond

In de afgelopen decennia is sprake van een sterke toename van onderzoeken naar ongelijkheid. Het thema inkomensverdeling, en vooral de mate waarin rijkdom is geconcentreerd bij de rijken, heeft de aandacht van academici, beleidsmakers en het grote publiek gewekt. Veel van de belangrijkste ideeën in de wetenschappelijke literatuur worden in het boek Capital in the 21st Century behandeld (Piketty, 2014). Onderzoek dat daarna is verricht, bevestigt dat bijna alle economieën sinds de jaren tachtig worden gekenmerkt door een grote toename van ongelijkheid en een stijging van de inkomens en vermogens van de top 10% (Alvaredo et al., 2017).

Parallel aan de belangstelling voor inkomensongelijkheid is een soortgelijk onderzoeksveld ontstaan dat zich bezighoudt met de vraag hoe gezondheid samenhangt met inkomen. Niet alleen genieten de rijken een groot deel van het inkomen en vermogen, ze zijn ook nog eens gezonder – voor elk land in Europa geldt dat de rijken langer en in een betere gezondheid leven dan de armen. Dergelijke ongelijkheden zijn goed gedocumenteerd (Van Doorslaer et al., 1997; Mackenbach et al., 1997) en kunnen zeer opvallend zijn. Zo is bijvoorbeeld in Nederland het verschil in levensverwachting tussen mensen in het bovenste en onderste inkomenskwintiel bijna zeven jaar, terwijl het verschil in gezonde levensjaren het dubbele hiervan bedraagt (Knoops & van Brakel, 2010).

De primaire rol van pensioenen en pensioenregelgeving is inkomen te verschaffen aan ouderen die met een vermindering van hun werktijden te maken krijgen. Gezien de maatschappelijke voorkeur voor enige mate van gelijkheid, is een daarmee verband houdend zorgpunt de rol die pensioenen spelen bij het bepalen van ongelijkheden. Hebben pensioenproducten en -voorschriften, zoals die welke de pensioengerechtigdheid of hoogte van de uitkering bepalen, consequenties  in termen van ongelijkheid van inkomen of gezondheid? Ondanks de belangstelling voor ongelijkheid is er gebrek aan bewijsmateriaal over hoe en waarom pensioenen invloed hebben op de mate van inkomensongelijkheid en inkomensgerelateerde gezondheidsongelijkheid. Uit sommige literatuur, die hieronder is samengevat, blijkt dat pensioenuitkeringen ongelijkheid verminderen, vooral in tijden van economische crisis. Een gedetailleerde analyse van deze potentiële effecten is momenteel echter niet voorhanden. Deze vragen zijn vooral relevant gezien de drastische veranderingen in economische omstandigheden tijdens de recente recessie, waarbij kwetsbare groepen mogelijk onevenredig hard zijn getroffen.

Dit project heeft tot doel deze leemte op te vullen. De volgende vragen komen daarbij aan de orde. Ten eerste, in welke mate hebben pensioenen veranderingen veroorzaakt of in gang gezet in inkomensongelijkheid en inkomensgerelateerde gezondheidsongelijkheid in Europa? Ten tweede, welke lessen kunnen worden geleerd uit de mate waarin verschillende pensioenproducten en -regelgeving deze ongelijkheden vergroten of verkleinen?

Om de eerste vraag te kunnen beantwoorden, maken we gebruik van een decompositie-analyse – een veelgebruikt instrument in onderzoeken naar ongelijkheid (Fortin et al., 2011). Met behulp van microgegevens kunnen veranderingen in ongelijkheid op jaarbasis worden uitgesplitst in factoren, die elk een indicatie geven waarom veranderingen zich hebben voorgedaan. Door wijziging van een bestaand decompositiekader, toegepast in Baeten et al. (2013) en Coveney et al. (2016), kan de rol die pensioenen spelen bij veranderingen in ongelijkheid rechtstreeks worden onderzocht.

De tweede vraag kan worden beantwoord door zowel de veranderingen in ongelijkheid als de verschillen in pensioenvoorschriften in verschillende landen met elkaar te vergelijken. Met behulp van deze vergelijking kunnen conclusies worden getrokken met betrekking tot de vraag welke soorten pensioenvoorschriften en -producten de grootste impact hebben op ongelijkheid. In Europa bestaat een breed scala aan producten en voorschriften. Bepaalde kenmerken van deze producten/voorschriften kunnen tot kleinere of grotere inkomens- of gezondheidsongelijkheid leiden. Aan de hand van deze dimensies willen we het effect van pensioenen op ongelijkheid onderzoeken.

Dit project leidt tot de volgende specifieke uitkomsten:

(1) Een nieuwe decompositie van veranderingen in inkomensongelijkheid in Europa, waarbij de rol van pensioenen in de ontwikkeling van inkomensongelijkheid wordt benadrukt.

(2) In het verlengde daarvan, een onderzoek naar de rol van pensioenen bij veranderingen in inkomensgerelateerde gezondheidsongelijkheid.

(3) Een onderzoek naar hoe deze ongelijkheden zich ontwikkelden voor, tijdens en na de Europese recessie in 2007/2008, en de rol van pensioenen in elk van deze perioden.

(4) Vergelijkend bewijsmateriaal voor de effectiviteit van bepaalde kenmerken van pensioenstelsels bij het terugdringen van inkomens- en gezondheidsongelijkheid.

Links naar wetenschappelijke literatuur

De economische literatuur is wat betreft het verband tussen pensioenen en ongelijkheid in Europa beperkt. Er zijn verschillende artikelen geschreven die het effect van pensioenen op inkomensongelijkheid proberen te kwantificeren. Immervoll et al. (2005) laten zien in welke mate overheidspensioenen tot veranderingen in ongelijkheid leiden, gemeten aan de hand van de Gini-coëfficiënt voor vijftien Europese landen. Ze concluderen dat pensioenen een bijzonder belangrijke herverdelende rol spelen in Europa, vooral in Oostenrijk, Frankrijk en Spanje. Deze resultaten worden tot op zekere hoogte bevestigd door Fuest et al. (2010), hoewel zij de gevoeligheid  benadrukken van de methode die wordt gebruikt om ongelijkheden te onderzoeken.

Het verband tussen pensioenen en inkomensgerelateerde ongelijkheden in de gezondheidszorg is niet goed onderzocht. Coveney et al. (2016) doen de wellicht verrassende constatering dat inkomensgerelateerde gezondheidsongelijkheid in Spanje tijdens de recessie is gedaald, en er zijn veelzeggende aanwijzingen dat deze daling grotendeels kan worden toegeschreven aan het feit dat pensioenen de inkomens van ouderen beschermen. Er is momenteel echter geen systematische analyse voorhanden die specifiek kijkt naar de invloed van pensioenen op inkomensgerelateerde gezondheidsongelijkheid.

Van Vliet et al. (2012) en Been et al. (2016) onderzoeken het verband tussen pensioenkenmerken, namelijk de mix van publieke en private regelingen, en inkomensongelijkheid. Hun eerste bevindingen bieden geen duidelijkheid, hoewel een latere analyse, die gebruik maakt van aanvullende gegevens, leidt tot de conclusie dat naarmate er meer particuliere pensioenen zijn, de inkomensongelijkheid toeneemt. Met onze analyse willen we op verscheidene manieren voortbouwen op bovengenoemde wetenschappelijke bijdragen. Eerst en vooral maakt onze decompositie-analyse gebruik van panelgegevens over inkomens op individueel niveau, teneinde meer inzicht te krijgen in de mechanismen die mogelijke veranderingen in ongelijkheid veroorzaken als gevolg van pensioen- en niet-pensioeninkomsten. Met andere woorden, we onderzoeken ongelijkheid op micro- en niet op macroniveau. Ten tweede willen we de naast de inkomensdimensie ook de gezondheidsdimensie van ongelijkheid aan de orde stellen. Ten derde bekijken we een uitgebreidere reeks pensioenkenmerken dan alleen de mix van publieke en particuliere regelingen. Tot slot zijn onze longitudinale gegevens beschikbaar tot en met 2013, waardoor het mogelijk is de langetermijneffecten van de crisis van 2008 vast te stellen.

Een vergelijking tussen landen

De enigszins beperkte literatuur op dit gebied kan deels worden toegeschreven aan het gebrek aan gegevens. De recente ontwikkeling en publicatie van de communautaire statistiek van inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC) biedt echter een onderzoek op microniveau in meerdere landen, met informatie over individuele inkomens en een gedetailleerde uitsplitsing van inkomsten naar bron. Hoewel alle EU-lidstaten aan het onderzoek deelnamen, is de kwaliteit van de gegevens niet voor alle lidstaten gelijk. In ons project willen we met name onderzoek doen naar de volgende landen in de periode tussen 2004 en 2013. Voor deze landen zijn voldoende bruikbare gegevens beschikbaar: Oostenrijk, België, Finland, Frankrijk, Griekenland, IJsland, Italië, Portugal, Spanje, Zweden en Nederland.

Bekijk hier het paper

Netspar, Network for Studies on Pensions, Aging and Retirement, is een denktank en kennisnetwerk. Netspar is gericht op een goed geïnformeerd pensioendebat.

MEER OVER NETSPAR


Missie en strategie           •           Netwerk           •           Organisatie           •          Podcasts
Board Brief            •            Werkprogramma 2019-2023           •           Onderzoeksagenda

OVER NETSPAR

Onze partners

B20180327_logo_PGB-Pensioendiensten_grijswaarden
B20160708_aegon
B20160708_maastricht university
B20160708_B20160615_Stichting-van-de-Arbeid-logo
B20160708_radboud
Bekijk al onze partners