Regelgeving betreffende informatievoorziening over pensioenkeuzes: vergelijking tussen Australië en Nederland

Achtergrond

Over de hele wereld is er sprake van een verschuiving in pensioenregelingen van publieke naar particuliere voorzieningen en van traditionele toegezegd-pensioenregelingen naar afspraken waarbij individuele pensioenfondsdeelnemers verplicht zijn of worden aangemoedigd om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor beslissingen over de opbouw en afbouw van hun pensioenspaargeld. Met de invoering in 1992 van verplichte werkgeversstortingen op individuele rekeningen in particuliere pensioenfondsen (zogeheten ‘superannuation’-fondsen), ook bekend onder de term ‘superannuation’-waarborg, was Australië een van de eersten die deze overgang heeft gemaakt. Individuen kunnen hun eigen pensioenfonds kiezen, bepalen in welke activa ze hun pensioenspaargeld willen beleggen, of ze een aanvullende deelnemersbijdrage willen doen (bovenop de minimum werkgeversbijdrage van 9,5%) en hoe ze hun pensioenuitkering willen ontvangen. Degenen die niet hun eigen pensioenfonds kiezen, worden in een gereguleerd standaardfonds opgenomen (het ‘MySuper’-product). Naar aanleiding van de aanbevelingen van het Financial System Inquiry 2014 (FSI 2014), werkt de overheid aan een nieuw decumulatie(afbouw)-systeem (MyRetirement), dat vergezeld gaat van een soort financiële bijsluiter waarin het langlevenrisico wordt uitgelegd (Treasury 2016). In Nederland is het nog niet mogelijk om een ​​eigen pensioenfonds te kiezen, maar diverse Nederlandse politieke partijen hebben voorstellen daartoe gedaan. Ook wordt erover gesproken om deelnemers aan Nederlandse pensioenregelingen meer keuze te geven met betrekking tot hun pensioenuitkering en uitkeringstijdstippen. In deze context is het algemene doel van dit onderzoeksproject om te kijken waar Nederland kan leren van de Australische ervaringen met regels inzake informatieverstrekking van pensioenfondsen, bedoeld om deelnemers te helpen met het kiezen van een pensioenfonds, beleggingskeuzes en uitkeringstijdstippen. De regulering van informatieverstrekking voor pensioenkeuzes.

De eerste poging van Australië om burgers via informatieverstrekking te helpen bij het kiezen van een pensioenfonds, betrof wettelijke voorschriften die zeer breed waren en wat inhoud of formaat betreft niet veel houvast boden. Als gevolg hiervan richtte de eerste informatie-overzichten over financiële producten (‘product disclosure statement’ of PDS) zich op naleving en waren uitgebreid, gedetailleerd, ingewikkeld en moeilijk te vergelijken (Cooper 2010). In 2012 werden deze vervangen door een kort formulier met financiële productinformatie die een meer normatieve benadering volgde (Commonwealth of Australia 2011). De regelgeving uit 2012 schreef zowel de lengte (maximaal acht A4-pagina’s of gelijkwaardig) als de structuur voor (negen afdelingstitels voor pensioenspaarproducten,  onder meer betrekking hebbend op de informatieverstrekking tegen kosten, beleggingsalternatieven, belastingen en verzekeringen). De informatie over beleggingsalternatieven omvat bijvoorbeeld: a) naam en beschrijving; (b) een lijst van de activaklassen waarin het alternatief belegt en een indicatie van de strategische activa-allocatie van de portefeuille; c) het rendementsdoel van de belegging (d) de minimumduur voor het aanhouden van de belegging; en (e) een beknopte risico-inschaling van het alternatief (een standaardrisicomaatstaf die het beleggingsrisico beschrijft in termen van het verwachte aantal jaren met negatieve rendementen over een periode van twintig jaar).

Een derde vorm van pensioenfondscommunicatie –  een ‘dashboard’ van een enkele pagina – werd in 2013 voor MySuper geïntroduceerd, een gereglementeerd ‘standaard’-plan voor mensen die geen pensioenfonds kiezen (Commonwealth of Australia 2013). Pensioenregelingen die een MySuper-product aanbieden, moeten op een duidelijke plek op hun website een actueel dashboard plaatsen waarin vijf gegevens zijn opgenomen: (1) Rendementsdoelstelling over tien jaar; (2) Rendementen over de afgelopen tien jaar; (3) Vergelijking tussen het rendementsdoel en de rendementen die in een grafiek zijn weergegeven; (4) Het beleggingsrisico op basis van de Standaard Risicobepaling; en (5) Vergoedingen en andere kosten in dollars. Deze aanpak is conceptueel vergelijkbaar met het samenvattende prospectus voor beleggingsfondsen dat door de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC 2007) en het Europese KIID (Key Investor Information Disclosure) (Europese Commissie 2012) wordt vereist. Al deze formaten geven samengevatte informatie over risico’s, vergoedingen en rendementen. In Nederland is in het kader van de Wet Pensioencommunicatie van 1 juli 2015 een vorm van pensioenfondscommunicatie ingevoerd – bekend onder de naam ‘Pensioen 1-2-3’ . De vereiste is dat elk pensioenfonds op een correcte, duidelijke en effectieve manier informatie verstrekt over rendementen, vergoedingen en risico’s. Pensioen 1-2-3 verstrekt aan de deelnemer de voorgeschreven informatie over zijn pensioen met behulp van een gelaagde aanpak, en de deelnemer kan het niveau van gedetailleerdheid bepalen van de informatie die hij/zij ontvangt: variërend van een beknopt overzicht (laag 1), aangevuld met toelichtingen op het overzicht (laag 2) of gedetailleerd (laag 3). De gelaagde structuur van Pensioen 1-2-3 is ontworpen voor implementatie in digitaal formaat. Pensioen 1-2-3 werd in juli 2016 verplicht gesteld, en tegen juli 2017 zal op pensioenfondswebsites een aanvullend voorgeschreven pensioencommunicatie voor vroegere deelnemers/partners/begunstigden beschikbaar zijn onder de naam Retirement 1-2-3. Deze voorgeschreven pensioencommunicatie wordt aangevuld met verplichte pensioeninformatie op individueel/pensioendeelnemersniveau (Uniform Pensioen Overzicht) door middel van een overzicht van de opgebouwde individuele pensioenrechten en een simulatie van de nominale pensioenuitkering die de pensioengerechtigde onder bepaalde aannames zal ontvangen.

Korte samenvatting van relevante literatuur

De literatuur over vormen van informatieverstrekking over pensioenkeuzes groeit nog steeds, met artikelen die de effectiviteit van informatieverstrekking in twijfel trekken (Gillis 2015) en artikelen over de impact van gedetailleerde versus beknopte informatieverstrekking (Beshears et al. 2011). Wat meer voorkomt zijn artikelen die proberen de specifieke presentatievormen van de te publiceren informatie – vergoedingen, rendementen en risico’s – en het effect van tekst ten opzichte van grafieken en ervaringsdisplays te beoordelen (zie Bateman et al.  2016c voor een samenvatting). In de Australische context onderzoeken Bateman et al. (2016b) alternatieve presentatievormen voor beleggingsrisico’s en constateren dat de momenteel gebruikte Standard Risk Measures het slechtst presteert van de negen onderzochte alternatieve vormen (waaronder risicomarge t.o.v. staartrisico’s, waarschijnlijkheden t.o.v. frequenties en tekst t.o.v. grafieken). Bateman et al (2016a) constateren dat de voorgeschreven presentatie van strategische activa-allocatie in de Verkorte (8 pagina’s) PDS het gebruik van de 1/n heuristiek aanmoedigt. Ten slotte concluderen Bateman et al (2016c) dat mensen de een pagina tellende MySuper ‘dashboard’ moeilijk te begrijpen vinden, met name de informatie over rendementen. Een algemene bevinding in veel onderzoeken is dat consumenten de voorgeschreven informatie niet gebruiken op de manier die de regelgevers hadden verwacht (Navarro-Martinez et al. 2011).

Overzicht van het voorgestelde onderzoek

Om de hierboven genoemde problemen aan te pakken, beoogt dit project het volgende te doen:

  1. Het toelichten, vergelijken en contrasteren van de regelgeving inzake informatieverstrekkingsvormen (presentatievormen) voor pensioenkeuzes die in Australië en Nederland worden gebruikt of gepland staan.
  2. Uitgebreid onderzoek verrichten naar de relevante literatuur, waaronder onderzoeken die de in Australië en soortgelijke landen voorgeschreven informatieverstrekkingsvormen (presentatievormen) voor pensioenkeuzes testen, teneinde informatie te geven over de mogelijke effecten van alternatieve presentatievormen.
  3. Conclusies trekken over effectieve informatieverstrekkingsvormen (presentatievormen) voor pensioenfondskeuzes in Nederland.

De algehele uitkomst van het voorgestelde onderzoek is een informatief onderzoeksverslag waarin de mogelijke effecten van alternatieve informatieverstrekkingsvormen in de Nederlandse context worden geëvalueerd, en waarbij er lering wordt getrokken uit de ervaringen in Australië en uit de internationale literatuur. Ook zal het voorgestelde onderzoek een basis bieden voor mogelijke toekomstige projecten in Nederland waarin alternatieve presentatievormen worden getest (met behulp van laboratorium-, enquête- en veldexperimenten).

Bekijk paper

Netspar, Network for Studies on Pensions, Aging and Retirement, is een denktank en kennisnetwerk. Netspar is gericht op een goed geïnformeerd pensioendebat.

MEER OVER NETSPAR


Missie en strategie           •           Netwerk           •           Organisatie           •          Podcasts
Board Brief            •            Werkprogramma 2019-2023           •           Onderzoeksagenda

OVER NETSPAR

Onze partners

vu
NN_logo_gray
B20190901_nidi-logo_greyscale
B20160708_apg
B20160708_ministeries
Bekijk al onze partners