Wie vermindert werkuren vóór pensionering? Plannen en realiteit
Industry paper 2026-28
“Werkuren verminderen vóór pensionering gebeurt vaker wanneer organisaties daartoe mogelijkheden bieden, vooral voor werknemers met hoge werkdruk”
Wat is onderzocht in het paper?
Dit paper onderzoekt in hoeverre oudere werknemers in Nederland van plan zijn hun werkuren te verminderen vóór pensionering en of zij dit ook daadwerkelijk doen. Daarbij is gekeken naar de rol van werkdruk, zorgtaken en gezondheid, en naar het effect van formele regelingen binnen organisaties die werkurenvermindering mogelijk maken. De studie maakt gebruik van longitudinale surveydata uit het NIDI Pensioen Panel en volgt 1.241 voltijds werkende werknemers van 60-63 jaar over een periode van acht jaar. Het onderzoek richt zich uitsluitend op werkurenvermindering vóór het bereiken van de AOW-leeftijd en niet op doorwerken na pensionering.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
Ongeveer een kwart van de bestudeerde oudere werknemers is van plan het aantal werkuren vóór pensionering te verminderen. Uiteindelijk kiest een derde daadwerkelijk voor urenvermindering. Werknemers zijn vaker geneigd hun werkuren te verminderen wanneer binnen hun organisatie een regeling hiervoor beschikbaar is. Van belastende werkfactoren blijkt alleen een hoge werkdruk samen te hangen met zowel het plannen van als de feitelijke vermindering van werkuren, vooral als zo’n regeling bestaat. In tegenstelling tot de verwachtingen wordt er geen bewijs gevonden voor samenhang tussen werkurenvermindering en andere belastende factoren als chronische gezondheidsproblemen en mantelzorgtaken. Plannen blijken wel sterk voorspellend voor daadwerkelijk gedrag.
Wat zijn de implicaties?
- De beschikbaarheid van regelingen voor werkurenvermindering is een grote stimulans voor werknemers om minder uren te werken voor het bereiken van de AOW-leeftijd.
- Urenvermindering komt vaker voor bij werknemers met hoge werkdruk, maar niet bij werknemers met gezondheidsproblemen of zorgtaken.
- Beleidsmakers en sociale partners moeten kritisch beoordelen of bestaande regelingen de beoogde doelgroepen bereiken en bijdragen aan duurzame inzetbaarheid.