Projectgroepen
In projectgroepen brengt Netspar pensioenexperts vanuit wetenschap en praktijk bij elkaar. Ze kijken vanuit verschillende achtergronden naar actuele vraagstukken. Bekijk een overzicht van lopende en afgeronde projectgroepen.
Projectgroepen brengen afwegingen in kaart, zoeken naar overeenkomstige doelen, verkennen nieuwe onderzoeksterreinen en schetsen toekomstscenario’s. Dankzij deze brede scope leveren de projectgroepen waardevolle inzichten en vaak ook aanbevelingen voor beleidsmakers.
De Stichtingsraad adviseert elk jaar over de te starten projectgroepen. De Partner Research Council werkt mogelijke onderwerpen uit, met als uitgangspunt het werkprogramma van Netspar.
Auto enrolment in Europese voorstellen analyseren
De Europese Unie is de afgelopen jaren nadrukkelijk gaan sturen op automatische deelname aan pensioenregelingen (auto-enrolment). Dit komt terug in verschillende beleidsdocumenten en voorstellen, elk met een eigen juridische status en dwingendheidsniveau. De projectgroep kan de motieven verkennen. Ook relevant is de impact van mogelijke bindende EU‑bepalingen op de Nederlandse 2e en 3e pijler en in hoeverre de Europese Commissie dit kan stimuleren of afdwingen. Verder: welke vormen/definities van auto‑enrolment bestaan er (theoretisch en in het buitenland) en welke definitie ligt ten grondslag aan EU‑aanbevelingen? Ten slotte: geldt een opt‑out en voor wie, ligt de verplichting bij werknemer of werkgever, en voldoet de Nederlandse verplichtstelling hieraan of stuurt de EU op meer individuele varianten (zoals UK of PEPP).
Beleggings- en administratiekosten van pensioenuitvoerders
De kosten van pensioenuitvoerders hebben impact op pensioenuitkomsten. Meer transparantie over kosten is een belangrijk doel van het pensioenakkoord van 2019. In het nieuwe UPO komt daarom meer informatie over kosten. Kosten zijn veelzijdig: bij beleggingskosten draait het om de balans tussen kosten, rendement, risico en duurzaamheid. Ook bij administratiekosten speelt de vraag wat deelnemers terugkrijgen voor hun geld: wat is de “value for money”. Een breed samengestelde projectgroep wil bijdragen aan een betere discussie over kosten en prestaties van pensioenuitvoerders.
Pensioenplicht
In het Interdepartementale Beleidsonderzoek Pensioenopbouw in Balans hebben de auteurs een aantal beleidsopties aan beleidsmakers ter overweging meegegeven, waaronder de beleidsoptie om een pensioenplicht in te voeren.
Nu de pensioenplicht serieus als beleidsoptie wordt overwogen, is een gedegen onderzoek naar de verschillende (bij-)effecten van belang. In eerder verband heeft Netspar hier al aandacht aan besteed (Pensioen voor alle werkenden, van Ewijk et. al. ).
Het doel van deze projectgroep is om de mogelijkheid van meer verplichtende pensioenopbouw voor Nederland uit te werken, daarbij met name gelet op de implementatie en inpassing in de huidige pensioeninstituties en rekening houdend met de juridische en maatschappelijke kaders.
De hoofdvraag van het onderzoek is als volgt: “Welk marktordeningsmodel is het effectiefst bij de uitvoering van een pensioenplicht?” Het genoemde IBO geeft een invulling aan de pensioenplicht, met twee varianten. In deze projectgroep onderzoeken we welke van deze twee opties de voorkeur verdient.
Rol pensioensector in de energietransitie
Er is in de afgelopen jaren veel discussie geweest over de rol die pensioenfondsen en verzekeraars vanuit hun rol als investeerder kunnen spelen in het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. De laatste jaren specifiek ten aanzien van de energietransitie.
Deze projectgroep brengt in kaart wat er nodig is voor financiering van de energietransitie, waar pensioenfondsen en verzekeraars nu al in investeren als het gaat om de energietransitie, en waar zij tegenaan lopen. Daarnaast zal het project best practices identificeren. Ook wordt er gekeken wat Nederland eventueel kan leren van andere landen waar het gaat om het mobiliseren van (pensioen)vermogen voor de energietransitie.
Lees het rapport
Integratie van duurzaamheids-en risicopreferenties
De aanvaarding van de Wet toekomst pensioenen is het officiële startsein om risicopreferentieonderzoek en de risicohouding te betrekken bij de vormgeving van de nieuwe pensioenregelingen en bijbehorend beleggingsbeleid. Tegelijk is de wens verantwoord te beleggen een belangrijk aspect bij de inrichting van beleggingsportefeuilles. In dit kader wordt vaak deelnemersonderzoek gedaan naar duurzaamheidspreferenties.
Beleggingskeuzes hebben een wisselwerking met de verhouding tussen risico en rendement. Hoewel klassieke beleggingstheorie louter is gebaseerd is op de uitruil tussen risico en rendement, wordt in recente studies expliciet rekening gehouden met de mogelijkheid dat beleggers ook duurzaamheidsvoorkeuren hebben.
De vraag rijst daarom in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om duurzaamheidspreferenties te integreren in risicopreferentie-onderzoek (of tegelijkertijd te meten). In deze projectgroep ondernemen we wel een poging om beide aan elkaar te verbinden en bezien we of het wenselijk is om specifiek onderzoek te doen.
De gewenste governance na transitie
De huidige wetgeving geeft de mogelijkheid om te kiezen uit verschillende bestuursmodellen. Dit geeft de nodige flexibiliteit in de governance. Tegelijkertijd wordt met de Wet toekomst pensioenen een nieuw pensioencontract geïntroduceerd.
Een vraag die opkomt, is of veranderingen in verantwoordelijkheden implicaties hebben voor de governance van pensioenfondsen. Bieden de huidige bestuursmodellen en governance voldoende keuzevrijheid om de ontwikkelingen rond het nieuwe contract te kunnen incorporeren?
De veranderingen in de verantwoordelijkheden hangen samen met het pensioencontract, maar het pensioencontract heeft ook gevolgen voor het wezen/karakter van het pensioenfonds. Onder het nieuwe stelsel gaat het pensioenfonds meer dan nu het geval is lijken op een beleggingsinstelling (“assets only”).
Dat is aanleiding om de wettelijk voorgeschreven governance van beleggingsinstellingen (bijvoorbeeld AIFMD, maar ook de taken en verantwoordelijkheid van het intern toezicht) te betrekken in het onderzoek. Heeft die wettelijk voorgeschreven governance mogelijk ‘reflexwerking’ (zoals dat heet) voor pensioenfondsen?
Ten slotte speelt ook de vraag hoe inspraak van deelnemers, die steeds meer de uiteindelijke risicodragers worden, het beste vorm kan worden gegeven.
Begeleiden en adviseren bij pensioenkeuzes: welke rol kunnen pensioenfondsen en verzekeraars spelen?
De behoefte aan adequate advisering en begeleiding bij pensioenkeuzes zal toenemen tijdens en na de transitie. Enerzijds verandert de financiële situatie van huishoudens: er is sprake van een hogere mate van heterogeniteit in bijvoorbeeld arbeidspositie, inkomensgroei, gezinssamenstelling, voorkeuren en doelstellingen van huishoudens.
Anderzijds verandert de context waarbinnen deelnemers hun pensioen opbouwen. Risico’s komen directer bij de individuele deelnemer te liggen en er komt meer ruimte voor individuele keuzes. Op korte termijn komt er met het ‘bedrag ineens’ een keuzemogelijkheid rond pensionering bij. Ook wordt de nieuwe norm Keuzebegeleiding geïntroduceerd.
Met oog op deze veranderingen is het waardevol om te beschrijven waar een goed advies aan moet voldoen, en hoe pensioenfondsen en verzekeraars deelnemers na de transitie kunnen adviseren en begeleiden.
De projectgroep zal deze vraag vanuit twee kanten benaderen. Ten eerste brengt de projectgroep in kaart welke vormen van begeleiding en advisering bij pensioenkeuzes mogelijk en gewenst zijn. Ten tweede brengt de projectgroep in kaart in hoeverre en op welke wijze verschillende partijen binnen de pensioensector een rol kunnen spelen in de advisering of begeleiding van deelnemers.
Witte vlekken/zzp’er zonder pensioenopbouw
Deze projectgroep zal verkennen welke kansen het nieuwe pensioenstelsel biedt om de omvang van de witte vlekken terug te brengen. Hierbij kijken we ook naar het verbeteren van de pensioenopbouw door zzp’ers.
Maatschappelijk is er een breed draagvlak dat alle werkenden een toereikend pensioen zouden moeten opbouwen voor de oude dag, dus alle werknemers en alle zelfstandigen. Ondanks veel onderzoek en diverse rapporten blijft een grote doorbraak uit. De omvang van de witte vlek van werknemers zonder pensioenopbouw neemt zelfs toe.
Hoewel de juridische positie van een zzp’er wezenlijk anders is dan die van een werknemer, is het duidelijk dat in beide groepen de risico’s op geen pensioenopbouw zich vooral voordoen aan de onderkant van de markt. De omvang van de witte (en mogelijk grijze) vlekken is groeiende, de pensioenpositie van veel zzp’ers blijft kwetsbaar.
De projectgroep kan zelf besluiten in hoeverre beide witte vlekken (werknemers en zzp’ers) aan de orde komen of dat de focus op een van beide komt te liggen.
Uitlegbaarheid: begrip, acceptatie en tevredenheid
In deze projectgroep willen we de volgende drie vragen centraal stellen: welke kansen en risico’s zijn er in het streven naar begrip van het nieuwe pensioenstelsel? Welke kansen en risico’s zijn er in het streven naar acceptatie van het nieuwe pensioenstelsel? In hoeverre heeft de communicatie bij de introductie van het stelsel gevolgen voor de tevredenheid op lange(re) termijn?
Maatschappelijk verantwoord pensioenbeleggen
Deze projectgroep werkt een conceptueel denkkader uit waarin helder wordt wat economisch en juridisch de rol en verantwoordelijkheid is van institutionele pensioenbeleggers in Nederland. In dit denkkader kan ook het ethische aspect in dit soort langetermijnbeslissingen worden gewogen, alsmede de governancekant. En dit vooral bezien in het licht van het prudent person-principe dat de institutioneel belegger belegt in het belang van de pensioendeelnemer.
Dat roept een aantal vragen op die in verschillende vorm regelmatig terugkeren: mag de institutioneel pensioenbelegger naast risico-rendementsoverwegingen nog andere elementen meewegen bij diens invulling van het beleggingsbeleid? Zo ja, met welke overwegingen en onder welke voorwaarden mag dit dan? Wat maakt dat overwegingen als het Nederlands economisch/maatschappelijk belang anders worden beoordeeld dan MVO-/ ESG-overwegingen? En hoe past dit in de internationale zienswijzen?
Dit project betreft een verkenning van de horizon, waarbij wordt meegenomen dat er maatschappelijk al stappen zijn gezet die maken dat er in elk geval op onderdelen wel verder kan worden gedacht dan ‘slechts’ een verkenning.
Verantwoordelijkheidsverdeling in collectieve pensioenvoorziening
Wat zijn de gevolgen van de stelselwijziging op langere termijn? in een verkenning van scenario’s voor 2036 en daarna staan mensen die pensioen opbouwen centraal.
In de meeste scenario’s zijn techbedrijven belangrijk, maar ook de overheid, pensioenuitvoerders en andere partijen zien hun rollen veranderen. De betrokken partijen moeten wel waarborgen dat zij ethisch (‘eerlijk’) handelen, ook als zij gebruikmaken van de technologie die techbedrijven ontwikkelen. Tijdig verankeren in wet- en regelgeving kan hierbij helpen.
Arbeidsmarkt en pensioen
Het nieuwe pensioenstelsel dat rond 2026 ingaat, sluit beter aan bij de arbeidsmarkt dan voorheen. Maar lageropgeleiden, moeders met kleine banen, migranten, mensen die herhaalbare taken uitvoeren en werknemers met zware beroepen lopen risico. Dat blijkt uit een Netspar-verkenning voor de langere termijn.
Een van de risico’s vormt het uitblijven van investeringen in een leven lang leren. Werkenden kunnen de kosten vaak niet zelf dragen of kijken niet zo ver naar de toekomst. En werkgevers willen mogelijk niet investeren omdat hun werknemers vaak van baan wisselen en het een werkgever dus weinig oplevert. De overheid en de sociale partners kunnen het marktfalen oplossen.
Flexibel met pensioen
Meer flexibiliteit in de overgang van werk naar pensioen kan positieve effecten hebben op gezondheid, (werk)tevredenheid en duurzame inzetbaarheid. De Netspar-projectgroep Flexibel met pensioen analyseerde mogelijkheden en knelpunten voor flexibele pensionering, en gaf een aantal overwegingen voor beleid.
De veranderende rol van pensioenuitvoerders als gevolg van big data
De razendsnelle ontwikkelingen op het gebied van big data en data science hebben steeds meer invloed op ons dagelijks leven. Dit heeft gevolgen voor de pensioensector. Deze projectgroep analyseerde welke overwegingen pensioenuitvoerders kunnen gebruiken bij hun strategische planning. Lees de terugblik van de themaconferentie rond dit onderwerp.
Nabestaandenpensioen – versnipperde vormgeving vertroebelt risico’s
Naast emotionele impact heeft een overlijden ook financiële gevolgen. Belangrijke risico’s zijn weinig bekend en besproken en in discussies over een nieuw pensioencontract is er nauwelijks aandacht voor het nabestaandenpensioen. Het is een aanleiding om licht te schijnen op de nabestaandenvoorziening in Nederland.
Lees het rapport en Netspar Brief 11: Nabestaandenpensioen niet verzekerd
Wonen, zorg en pensioen integraal benaderen
Pensioen wordt meer en meer gezien als een centraal onderdeel van de financiële planning ten behoeve van de oude dag. Wonen en zorg spelen daar, op hun eigen manier, ook een belangrijke rol in. Als huishoudens bij zowel wonen, zorg als pensioen bezig zijn met financiële planning voor de oude dag, kan een geïntegreerde benadering voordelen bieden.