Een verkenning van het geïntegreerd meten van duurzaamheids- en risicopreferenties
Occasional paper 2025-02
“De integratie van beide dimensies kan theoretisch en praktisch voordelen hebben”
Wat is onderzocht in het rapport?
Dit rapport onderzoekt de voor- en nadelen, uitdagingen en overwegingen bij het geïntegreerd meten van duurzaamheids- en risicopreferenties van deelnemers van een pensioenuitvoerder. Het rapport bespreekt eerst de relevante regelgeving en toezicht, en gaat daarna in op academische en praktische overwegingen rond het uitvragen van risico- en duurzaamheidspreferenties. Ten slotte worden drie methoden gepresenteerd voor een geïntegreerde aanpak.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
Zowel in de wetenschap als bij pensioenuitvoerders is er interesse in de mogelijkheid om duurzaamheids- en risicopreferenties gezamenlijk te meten. Deze voorkeuren hangen samen via de relatie tussen risico, rendement en duurzaamheid. Hoewel het meten van risicopreferenties een stevige wetenschappelijke basis heeft en breed wordt toegepast, blijven vragen bestaan over onder meer de invloed van gedragswetenschappelijke biases en over inconsistenties tussen verschillende methoden. Voor duurzaamheidspreferenties bestaan ook uitdagingen: het wetenschappelijke onderzoek is beperkt en kwantitatieve uitvragen komen in de praktijk niet veel voor. Het rapport verkent drie mogelijke methoden voor geïntegreerde uitvraag: de bestaande duurzame Choice Sequence methode, de nieuwe duurzame Conjoint en duurzame Pension Builder methoden.
Wat zijn de implicaties?
- Aangezien geïntegreerd meten veel uitdagingen kent, is meer wetenschappelijk onderzoek nodig. Dat moet uitwijzen in hoeverre preferenties van percepties kunnen worden onderscheiden, hoe inconsistenties tussen methoden kunnen worden verminderd, welke aanpak het meest geschikt is en hoe de invloed van biases kan worden beperkt.
- Ook in de praktijk is verdere actie vereist. Meer ervaring met geïntegreerd uitvragen in de praktijk kan nieuwe inzichten geven. Daarbij is het van belang om de duurzaamheidsdefinitie helder te formuleren en zorgvuldig om te gaan met de complexiteit van uitvragen.
- Zolang de optimale vorm van meten nog onduidelijk is, is de aanbeveling aan toezichthouders om een open houding aan te nemen en pensioenuitvoerders ruimte te geven om te experimenteren.