Verbetering van aanvullende pensioendeelname en -opbouw in Nederland: een vergelijkende studie van Nieuw-Zeeland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Nederland over pensioenontwerp en pensioenbelasting in relatie tot de arbeidsmarkt
Het doel van dit project is te leren van andere landen (met name Nieuw Zeeland, Zweden en het VK) en nieuwe inzichten te vinden over hoe pensioenontwerp en pensioenbelasting de deelname van werknemers aan (aanvullende) pensioenen in Nederland kunnen verhogen en kunnen bijdragen aan het opbouwen van extra oudedagsinkomen voor mensen met onvoldoende dekking. Dit betekent dat dit project probeert te onderzoeken hoe pensioenontwerp en fiscale behandeling van invloed kunnen zijn op (aanvullende) pensioendeelname en -opbouw in Nederland.
Achtergrondinformatie. In Nederland heet het wettelijk pensioen de ‘AOW’, wat een flat rate-pensioen is. Alle inwoners ontvangen zo’n AOW-uitkering. Bedrijfspensioenregelingen en individuele pensioenregelingen spelen in Nederland een belangrijke rol bij het verschaffen van een aanvullend oudedagsinkomen naast de AOW. Bedrijfspensioenregelingen voor werknemers worden beschouwd als ‘quasi’-verplicht, aangezien deelname voor de meerderheid van de werknemers verplicht is op grond van bedrijfstakpensioenovereenkomsten. Niet alle werknemers hebben echter toegang tot een bedrijfspensioen (DNB, 2022). Bovendien heeft de meerderheid van de ZZP’ers geen toegang tot een dergelijke bedrijfspensioenregeling voor werknemers. Hoewel de Nederlandse wetgeving het mogelijk maakt om niet alleen voor werknemers, maar ook voor zelfstandigen, bedrijfspensioenregelingen op te zetten op basis van beroepscao’s, gebeurt dit in de praktijk nauwelijks (OESO, 2019). Zelfstandigen kunnen er ook voor kiezen om deel te nemen aan een individuele pensioenregeling. Toegang tot een dergelijke pensioenregeling is dus vrijwillig.
De deelname aan en opbouw van (aanvullende) pensioenen kan niet los worden gezien van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in elk van de geselecteerde landen. Arbeidsmarkthervormingen, die bijvoorbeeld resulteren in een toename van het aantal zelfstandigen, kunnen nieuwe uitdagingen met zich meebrengen op het gebied van pensioenontwerp en/of pensioenbelasting. In Nederland bijvoorbeeld is het percentage zelfstandigen gestegen van 11% in 2000 tot 17% in 2020 (OESO-gegevens). In 2020 heeft 94% van de zelfstandigen geen bedrijfspensioenrechten opgebouwd. De meeste zelfstandigen compenseerden dit gebrek aan bedrijfspensioenaanspraken niet met individueel pensioensparen en zelfs als er individueel pensioensparen werd opgebouwd, lost dit het probleem van het gebrek aan bedrijfspensioenopbouw nauwelijks op (DNB, 2022). In diezelfde periode heeft ongeveer 13% van de werknemers geen bedrijfspensioenrechten opgebouwd (DNB, 2022). Dit geeft duidelijk aan dat deelname aan en opbouw van beroeps- en individuele pensioenaanspraken grote uitdagingen met zich meebrengt.
Hoofdfocus. Deze studie richt zich voornamelijk op aanvullende pensioenen. Dit betekent dat niet alleen bedrijfspensioenen, maar ook individueel pensioensparen het onderwerp van studie is. Wettelijke pensioenen zullen echter in het onderzoek worden opgenomen als dit noodzakelijk wordt geacht voor het doel van het onderzoek. Om inzicht te krijgen in hoe pensioenontwerp en fiscale regelgeving van invloed kunnen zijn op (aanvullende) pensioendeelname en -opbouw, wordt een vergelijkende studie uitgevoerd. Vier landen zijn bij het onderzoek betrokken: Nederland, Zweden, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. Verder wordt rekening gehouden met landspecifieke arbeidsmarktontwikkelingen die van invloed zijn op (aanvullende) pensioendeelname en -opbouw.
Dit onderzoek wordt gefinancierd door Instituut Gak.
Lees het later nog eens terug
Op de hoogte blijven?
Wil je op de hoogte blijven van onderzoek, bijeenkomsten en nieuws? Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van Netspar.