Promotie Laura Jansen: “Jongere en hoogopgeleide werknemers ontvangen vaker werkplekaanpassingen van werkgevers”
Laura Jansen promoveerde in juni 2026 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat deed ze op onderzoek naar werkplekaanpassingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Ze ontdekte dat vooral jongere en hoogopgeleide werknemers vaker van hun werkgever zulke aanpassingen ontvangen, om de terugkeer naar werk te vergemakkelijken. Deze interventies kunnen echter ook relevant zijn voor andere groepen werknemers. Laura vertelt over haar bevindingen, en over de waarde van Netspar voor haar werk als onderzoeker.
Naam: Dr. Laura Jansen
Promotie: 25 juni 2026 aan de Rijksuniversiteit Groningen
Proefschrift: Disability insurance design with employer and employee behavior
Vertel eens over het startpunt van jouw promotieonderzoek.
“Het startpunt van mijn promotieonderzoek is de onderzoeksmaster die ik in Groningen heb gedaan. Ik kreeg tijdens deze master een vak over de modellen van de optimale arbeidsongeschiktheidsverzekering. Voor mijn onderzoek heb ik één van die modellen genomen en gekeken of we het konden uitbreiden met de rol van de werkgever. In de standaardliteratuur is rondom dit onderwerp namelijk veel aandacht voor de werknemer, maar de werkgever komt minder terug in modellen.
De rol van de werkgever maakt veel uit, omdat zij de mogelijkheid hebben om werkaccommodatie te bieden aan zieke of arbeidsongeschikte werknemers. Het gaat dan om werkplekaanpassingen, waardoor deze werknemers langer of beter door kunnen blijven werken. Voorbeelden hiervan zijn aangepaste werkzaamheden of werktijden, of een rolstoeltoegankelijke werkplek.
De gedachte is dat een werkgever bij voldoende financiële prikkels zorgt voor meer werkplekaanpassingen. Daarbij is relevant dat werkgevers in Nederland niet alleen twee jaar lang verantwoordelijk zijn voor de doorbetaling van het loon van zieke werknemers. Ze hebben ook te maken met premiedifferentiatie, wat inhoudt dat de premies die ze betalen omhooggaan als werknemers de Ziektewet of WGA (WIA) instromen.”
Wat kwam naar voren uit het onderzoek?
“Het eerste deel van mijn proefschrift richt zich op fundamenteel onderzoek. Ik ga uit van een theoretisch model dat kijkt naar de optimale hoogtes van premiedifferentiatie, de uitkeringshoogte en de strengheid van de keuring. Uit dit onderzoek komt onder meer een risico van premiedifferentiatie naar voren. Door premiedifferentiatie is het namelijk mogelijk dat werkgevers minder mensen aannemen met een hoger risico op gezondheidsproblemen, zoals oudere werknemers.
In het tweede deel van mijn promotieonderzoek kijk ik of premiedifferentiatie in Nederland de werkaccommodatie door werkgevers daadwerkelijk verhoogt. In mijn sample van mensen die al negen maanden ziek zijn, vind ik dat niet. Dat zou kunnen betekenen dat premiedifferentiatie niet effectief is, of dat het niet effectief is voor deze groep langdurig zieke werknemers, maar eventueel wel voor werknemers die net ziek zijn geworden.
De werkaccommodatie is verder ongelijk verdeeld onder werknemers. Zo ontvangen jongere en hoogopgeleide werknemers vaker werkplekaanpassingen van werkgevers. Ik heb niet onderzocht waardoor dat precies komt. Het zou een vorm van discriminatie kunnen zijn, waarbij werkgevers alleen werkplekaanpassingen bieden aan werknemers die ze in hun organisatie willen houden.
Daarnaast heb ik gekeken naar de introductie van premiedifferentiatie voor medewerkers met een tijdelijk contract, ook wel ‘vangnetters’ genoemd. Daarbij zie ik dat het aandeel bedrijven dat zich niet publiek verzekert voor de Ziektewet heel erg is toegenomen sinds de introductie ervan. Deze werkgevers worden eigenrisicodrager en kunnen er dan voor kiezen om de ziektewetuitkeringen zelf te betalen of zich hiervoor privaat te verzekeren.
Het derde deel van mijn proefschrift gaat over de versnellingsmaatregel voor de WIA. Deze maatregel is in 2022 ingevoerd vanwege de lange wachttijd voor WIA-aanvragen bij het UWV. De wachttijden waren hier heel erg opgelopen vanwege het tekort aan keuringsartsen. Er is toen besloten om de medische keuring helemaal te laten vervallen voor zestigplussers die al twee jaar ziek zijn. Een arbeidsdeskundige kijkt dan met een simpele toets of iemand in aanmerking komt voor de WIA. Bijna iedereen krijgt dan bijna automatisch een WGA-80-100-uitkering.
Door de WIA-versnellingsmaatregel is het aantal WIA-aanvragen eigenlijk helemaal niet zo veel toegenomen. Dat was onverwacht, omdat we hadden verwacht dat dit wel zou stijgen. Daarnaast zien we een groot verschil in het aantal WIA-toekenningen, maar dat is gewoon een mechanisch effect dat te verwachten is. Wel neemt het aantal mensen dat drie jaar na het begin van hun ziekte werkt aanzienlijk af. Door de maatregel krijgen namelijk ook mensen die anders geen of een 35-80 uitkering gehad zouden hebben een 80-100-uitkering, terwijl ze in principe nog arbeidscapaciteit hebben. Deze mensen vervangen dus eigenlijk hun werk door een uitkering.”
Wat kan de pensioensector met jouw onderzoek?
“Vanuit de pensioensector zijn er heel veel inspanningen om mensen langer en gezond te laten doorwerken. Mijn onderzoek laat zien dat de versnellingsmaatregel voor de WIA daar tegenin gaat. Het kan voor veel mensen namelijk gebruikt worden als een soort van vervroegde uittreding.
Ook kun je zeggen dat ziekte of arbeidsongeschiktheid op hogere leeftijd natuurlijk wel een risico is als de AOW-leeftijd blijft doorstijgen. Als mensen die leeftijd niet in goede gezondheid halen, waar de werkgever ook een rol in heeft, dan hebben zij daar weinig aan. Dat vraagt voor werkgevers om specifieke aandacht voor de gezondheid of arbeidsomstandigheden van oudere werknemers.
Ten slotte geldt voor werkgevers dat als ze bereid zijn tot werkplekaanpassingen, dit preventief kan werken om te voorkomen dat zieke of arbeidsongeschikte werknemers uitstromen via de Ziektewet en later de WIA. Dit kan er uiteindelijk voor zorgen dat hun premies omlaaggaan.”
Wat heeft Netspar jou opgeleverd?
“De Pension Day en International Pension Workshop hebben voor mij goede inhoudelijke feedback opgeleverd. Bijvoorbeeld aan het begin van mijn promotieonderzoek, toen ik mijn masterscriptie presenteerde. Dat was heel spannend, omdat ik dat nog nooit had gedaan. Maar er was een heel vriendelijke sfeer, waarbij ik hele goede feedback kreeg, zeker ook als je het vergelijkt met andere wetenschappelijke congressen. Heel waardevol was daarnaast de mogelijkheid om via Netspar in contact te komen met andere promovendi buiten mijn eigen universiteit.
Daarnaast heeft Netspar mijn promotieonderzoek financieel mogelijk gemaakt. Dit onderzoek was namelijk onderdeel van een Netspar Theme Grant die is toegekend aan Max Groneck. Mijn nieuwe postdoc-positie aan de Universiteit Leiden is opnieuw onderdeel van een Netspar Theme Grant, deze keer gefinancierd door Instituut Gak, binnen het onderzoeksteam van Egbert Jongen. Het onderzoek zal zich richten op de invloed van werkgeversbeleid en gezondheid op oudere werknemers en hun arbeidsparticipatie. Ook daar is heel veel bekend over werknemersgedrag, maar veel minder over wat voor rol werkgevers daarin spelen.”
Over Laura Jansen
Laura Jansen studeerde Economics and Business Economics aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoeksmaster deed ze aan dezelfde universiteit. Begin dit jaar publiceerde ze het Industry Paper Gevolgen voor aanvragen en arbeidsparticipatie van een beperkte medische keuring bij oudere werknemers. Ook leverde ze een bijdrage aan een aflevering van de Podcast Pensioen & Wetenschap van Netspar. Op dit moment is ze aan de slag bij Universiteit Leiden als postdoctoraal onderzoeker. Ze werkt hier aan onderzoek vanuit een Netspar Theme Grant die is gefinancierd door Instituut Gak.