Pensioen & Wetenschap Jaarcongres 2026: van nieuwe inzichten naar nieuwe vragen
Foto: Tommy de Lange
Het Pensioen & Wetenschap Jaarcongres 2026 is tot een geslaagde afronding gekomen. De dag markeert het einde van het twintigjarige jubileum van Netspar, maar ook het begin van een nieuwe periode. “Het ging vandaag niet om wat er is geweest, maar om wat ons te doen staat”, vat dagvoorzitter Lisa Brüggen het aan het eind van de dag treffend samen. Ruim 160 deelnemers gingen tijdens interactieve keynotes en break-out-sessies op zoek naar nieuwe vragen.
Het Pensioen & Wetenschap Jaarcongres vindt plaats op wat misschien wel een scharniermoment is. “We leven in een periode met heel veel veranderingen”, zegt Brüggen bij de opening, verwijzend naar de snel veranderende wereld buiten de congreslocatie van het The Hague Conference Centre, op een steenworp afstand van het bestuurlijke hart van Nederland. Tegelijk gaat het om de afsluiting van het twintigste jubileumjaar, waarbij het kennisnetwerk met partners uit wetenschap en pensioensector vooruitkijkt naar de komende periode.
Tijdens het congres krijgen de deelnemers dan ook volop de ruimte en tijd om met elkaar in gesprek te gaan, benadrukt de directeur van Netspar. En dat in een tijd waarin de bevolking vergrijst, de arbeidsmarkt verandert, technologie zich verder ontwikkelt en er grote maatschappelijke vraagstukken liggen. Brüggen: “Een goed pensioen vraagt niet alleen om een goede uitvoering, maar het is ook ontzettend belangrijk dat kennis gedeeld wordt, onderzoek plaatsvindt en dat er ruimte is voor reflectie.”
Brüggen ziet nog tal van vragen die openliggen: “Wat weten we eigenlijk over hoe mensen keuzes maken, bijvoorbeeld rond werk, sparen en pensionering? Hoe reageren mensen op onzekerheid en schommelingen in hun pensioenvermogen? Of hoe beleggen pensioenfondsen in een tijd met nieuwe risico’s en maatschappelijke verwachtingen?” Het zijn allemaal vragen die tijdens het congres op het programma staan. Dat gebeurt in de eerste plaats tijdens de drie keynotes, die vooral uitzoomen naar het grotere plaatje.
Drie R’en van vertrouwen
Het grotere plaatje wordt zichtbaar in de eerste keynote van Karen van Oudenhoven-van der Zee, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De vraag die centraal staat is wat we weten over het vertrouwen in Nederland en de invloed daarvan op de solidariteit. Ze vertelt hoe ze voorafgaand aan het congres op de website van een pensioenfonds keek en daar de vraag stond: “Kan mijn pensioen achteruitgaan als het slecht gaat met de economie?” Het antwoord dat erbij stond was bevestigend. Tegelijk zijn er recente berichten dat de huidige geopolitieke situatie gevolgen kan hebben voor de economie.
“Voor heel veel mensen in Nederland leidt dit tot onzekerheid”, constateert Van Oudenhoven-van der Zee. Daarbij ziet ze dat veel mensen best somber zijn over de samenleving. Zo blijkt uit SCP-cijfers dat 63 procent van de Nederlanders denkt dat het met ons land de verkeerde kant opgaat en dat 64 procent politiek Den Haag een onvoldoende geeft. Ze noemt vervolgens de “drie R’en”: responsiviteit, procedurele rechtvaardigheid en behaalde resultaten. “Onderzoek van het SCP wijst uit dat dit de knoppen zijn waar je aan kunt draaien om het vertrouwen te verhogen.” Daarbij betekent responsiviteit dat de overheid weet wat er speelt onder haar burgers.
We zijn nog steeds een high trust-samenleving. Tegelijk zijn ook de inhoudelijke verschillen tussen mensen niet toegenomen, maar zien we wel veel meer emotie naar mensen met een andere opvatting.
Naast het verticale vertrouwen in de overheid en instituties gaat ze in op het vertrouwen in elkaar. Ze zegt dat vaak heel somber wordt gesproken over een gepolariseerde samenleving. “Bij het SCP proberen we dat voortdurend te nuanceren. We zijn nog steeds een high trust-samenleving. Tegelijk zijn ook de inhoudelijke verschillen tussen mensen niet toegenomen, maar zien we wel veel meer emotie naar mensen met een andere opvatting.” Relevant is verder dat opleiding een belangrijkere scheidslijn kan worden in de samenleving dan etniciteit. Ook is de hulpvaardigheid ten opzichte van mensen met een kleine portemonnee niet groot.
De SCP-directeur sluit af met implicaties voor de pensioensector. Daarbij zijn luisteren en wederzijdse communicatie over pensioenbeleid de sleutelwoorden. “Inspraak is heel belangrijk. Laat mensen meepraten en nodig burgers uit aan de ontwerptafel van beleid. Pensioen is een ingewikkeld onderwerp, maar het is heel goed mogelijk om alle opties heel concreet te maken, ook voor mensen die niet theoretisch zijn opgeleid.” Verder is het mogelijk om solidariteit meer centraal te stellen. “Nu heeft communicatie vaak een individualistische insteek, terwijl een brede welvaartsblik beter helpt om solidariteit aan te wakkeren.”
Regel van Tinbergen
Sebastien Betermier gaat in zijn keynote in op een prangende kwestie. Pensioenfondsen over de hele wereld staan onder toenemende druk om te investeren in binnenlandse markten en bij te dragen aan strategische prioriteiten van de overheid. Hoe kunnen pensioenfondsen dit doen en tegelijkertijd blijven voldoen aan hun fiduciaire verplichtingen? Betermier bespreekt dit vanuit zijn rol als universitair hoofddocent Financiën aan de Canadese McGill University. Daarnaast is hij werkzaam als directeur van het International Centre for Pension Management.
“Uw rol als pensioenbeheerder heeft flink aan betekenis gewonnen voor wat betreft het belang dat u heeft voor de Nederlandse samenleving”, begint Betermier zijn verhaal. “Het vermogen van Nederlandse pensioenfondsen is gestegen van ongeveer 100 procent van het bbp dertig jaar geleden tot ongeveer 200 procent van het bbp vandaag de dag. Tegelijk zijn pensioenfondsen ook steeds meer gaan investeren op wereldwijde schaal. Het is een patroon dat we wereldwijd zien”, zegt de universitair hoofddocent, terwijl hij een grafiek toont met voor verschillende landen een daling van binnenlandse aandelen in de totale aandelenpositie.
De doelstellingen van pensioenfondsen en overheden lopen niet noodzakelijkerwijs gelijk.
Intussen gaan in diverse landen stemmen op om pensioenfondsen te laten investeren in binnenlandse markten. “De doelstellingen van pensioenfondsen en overheden lopen echter niet noodzakelijkerwijs gelijk”, benadrukt Betermier. Aan de hand van vier kwadranten belicht hij mogelijke oplossingen. Daarbij staat de horizontale as voor de toegevoegde waarde voor de Nederlandse samenleving en de verticale as voor de waarde voor Nederlandse pensioendeelnemers. Activa die op beide assen hoog scoren, zijn volgens Betermier investeerbaar en leveren grote voordelen op voor de Nederlandse samenleving, waarbij veel infrastructuur afvalt.
Keynotespreker Sebastien Betermier. Foto: Tommy de Lange
Betermier gaat vervolgens in op mogelijke oplossingen. In de eerste optie, binnenlandse investeringen verplicht stellen, ziet hij weinig. “Dit kan leiden tot een laag rendement, blootstelling aan hoge risico’s en afbreuk doen aan de onafhankelijkheid van pensioenfondsen”, aldus Betermier. Wat wel kan werken, is bijvoorbeeld het verkopen van bestaande binnenlandse activa en het vrijgekomen kapitaal hergebruiken voor nieuwe projecten. Andere opties zijn het verhogen van de investeerbaarheid van binnenlandse investeringen via regelgeving en het aanboren van nieuwe markten voor beleggingen.
De laatstgenoemde oplossingen vragen volgens hem wel om een gecoördineerd publiek-privaat ecosysteem. Betermier: “In het midden daarvan bevindt zich een publiek-private eenheid die bemiddelt tussen een pensioenfonds en verschillende overheidsinstanties. Dit is cruciaal, want als je dit middelste deel verwijdert, dan wordt het een puinhoop.” Ten slotte verwijst Betermier naar de Regel van Tinbergen, die beschrijft dat meerdere beleidsdoelen vragen om meerdere beleidsinstrumenten. Dit is volgens hem net zo met de verschillende doelen van een zeker pensioen en economische ontwikkeling.
Naoorlogse wereldorde
President Olaf Sleijpen van De Nederlandsche Bank (DNB) gaat als laatste keynotespreker in op de bredere economische context waarin het pensioenstelsel zich ontwikkelt. Hij doet dit aan de hand van het recent uitgekomen jaarverslag van DNB. Sleijpen: “Het zal niet als een donderslag bij heldere hemel komen als ik zeg dat wat we sinds een jaar op het wereldtoneel zien gebeuren, ingrijpend is. Ontwrichtend zelfs. De naoorlogse wereldorde – gebaseerd op regels, samenwerking en vrijhandel – bestaat niet meer.” Het is volgens hem daarom essentieel om het groeipotentieel van de economie naar een hoger plan te tillen, ook in Europees verband.
Verder noemt Sleijpen de Europese kapitaalmarkt. Zo spaart Europa veel, maar investeert het volgens hem te weinig waar het telt. “Daarom steun ik de plannen voor een Europese Spaar- en Investeringsunie. Maar nu komt het erop aan: we moeten van strategie naar wetgeving. Van intentie naar uitvoering. Ook hier moeten we echt aan de bak.” Sleijpen denkt dan onder meer aan recente stappen van de Europese Commissie om automatisch pensioensparen te stimuleren. Sleijpen: “Het grotere plaatje is dit: goede pensioenstelsels dragen bij aan inkomenszekerheid én aan een sterke, innovatieve economie in Europa.”
Het nieuwe pensioencontract maakt pensioenfondsen beter bestand tegen schokken, omdat de pensioenuitkeringen gaan meebewegen.
Naast economische groei is weerbaarheid volgens de DNB-president ook belangrijk. Dit kunnen we volgens hem alleen in Europees verband bereiken. “Maar weerbaarheid vergt ook dat we ons pensioenstelsel zo inrichten dat het bestand is tegen schokken”, voegt hij toe. “Het goede nieuws is: het nieuwe pensioenstelsel helpt daarbij. Het nieuwe pensioencontract maakt pensioenfondsen beter bestand tegen schokken, omdat de pensioenuitkeringen gaan meebewegen.” Hij benadrukt dat communicatie met de deelnemers hierdoor nog belangrijker wordt, omdat het aanvullend pensioen voor hen onzekerder wordt.
Keynotespreker Olaf Sleijpen. Foto: Tommy de Lange
Sleijpen ziet hier ook een rol die Netspar als kennisnetwerk in de komende tijd kan spelen, rond de onderwerpen Europese kapitaalmarkt, mobilisatie van pensioensparen en weerbaarheid. “Het zijn precies die onderwerpen waar Netspar – als kruispunt van wetenschap en praktijk – een enorme bijdrage kan leveren. Door kennis te delen, samen te werken en vooruit te kijken, juist op Europees niveau, bouwen we verder aan een pensioenstelsel dat bestand is tegen de wereld van morgen. Een stelsel dat bijdraagt aan een zorgeloze oude dag. En aan een sterke, dynamische Europese economie.”
Verschillende perspectieven
Naast de keynotes biedt het jaarcongres een gevarieerd programma van break-out-sessies. Die gaan in op de drijfveren achter een duurzame transitie, de vraag of de AOW een sleutel is tot wonen en zorg, de genderpensioenkloof, de communicatie van onzekere pensioenen, de rol van levenslooptrajecten in financieel welzijn en duurzaamheidsvoorkeuren. Daarbij vormt de sessie over de communicatie van onzekere pensioenen meteen een aftrap voor de nieuwe reeks kennisgroepen over pensioencommunicatie die in mei van start gaat.
Break-out-sessie van Anouk Festjens en Evert Webers. Foto: Tommy de Lange
Sprekers tijdens de break-out-sessies waren Thijs Bouman (Rijksuniversiteit Groningen) en Ellen Kraft (Nationale-Nederlanden), Jim Been (Universiteit Leiden) en Diana Starmans (Sociale Verzekeringsbank), Saskia ter Ellen (Vrije Universiteit Amsterdam), Fieke van der Lecq (Vrije Universiteit Amsterdam) en Robert den Toom (Pensioenfonds PGB), Anouk Festjens (Universiteit Maastricht) en Evert Webers (APG), Olaf Simonse (Universiteit Leiden) en Michael Visser (Nibud), en Jorgo Goossens (Radboud Universiteit) en Alex van der Meulen (Achmea).
De opzet van de break-outsessies maakt de brug tussen wetenschap en praktijk concreet. Telkens komen namelijk een spreker vanuit de praktijk en een wetenschapper aan het woord. Ter afsluiting concludeert Brüggen dan ook dat vandaag heel veel verschillende perspectieven zijn voorbijgekomen. “Ik hoop dat daardoor nieuwe inzichten zijn ontstaan, maar vooral ook nieuwe vragen. Vragen waar we ons in de komende jaren in samenwerking met wetenschap en praktijk op kunnen richten.”