Zzp’ers en de kwaliteit van hun pensioen: vooruitgang, stilstand en beleidsopties
Netspar Industry paper 2026-35
“Zzp’ers zien hun pensioen vaak als toereikend en boeken lichte vooruitgang in het treffen van pensioenvoorzieningen, maar blijven kwetsbaar voor een ontoereikend pensioen door afhankelijkheid van vrije besparingen en moeilijk in geld om te zetten activa. Een verplichte pensioenregeling wordt maar door een op de drie zzp’ers gesteund.”
Wat is onderzocht in het paper?
Dit paper onderzoekt hoe zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in Nederland hun pensioen opbouwen en beoordelen, en hoe dit is veranderd tussen 2021 en 2025. Op basis van surveys gehouden in deze twee jaren onder zzp’ers van 40 jaar en ouder wordt gekeken naar pensioenopbouw, risicobereidheid, verwachtingen en vertrouwen in instituties. Daarnaast wordt met een vignetstudie onderzocht hoe zzp’ers in 2025 aankijken tegen verschillende vormen van verplicht pensioensparen. De context is de zorg over onvoldoende pensioenopbouw onder sommige zelfstandigen en beleidsdiscussies over verplichtstelling. Het onderzoek richt zich specifiek op zzp’ers en hun eigen voorzieningen naast de AOW.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
Tussen 2021 en 2025 is sprake van beperkte vooruitgang: zzp’ers sparen iets vaker en treffen iets meer voorzieningen in 2025, vooral via spaargeld en beleggingen. Tegelijk heeft circa 7% van de zzp’ers helemaal geen pensioenvoorziening. Daarentegen zijn de meeste zzp’ers redelijk optimistisch en verwachten zij een comfortabel pensioen (59%), met weinig zorgen over armoede. Vrije besparingen vormen de belangrijkste pijler, maar dekken geen langleven- en inflatierisico’s. Werken na AOW-leeftijd fungeert voor een deel als extra inkomensbron. Vertrouwen in financiële instellingen is toegenomen. De steun onder zzp’ers voor verschillende vormen of uitvoeringsopties van verplicht pensioensparen is beperkt en komt maximaal uit op circa 33%, zelfs bij flexibele varianten die aansluiten op veel genoemde wensen rond een dergelijke verplichtstelling, zoals tijdelijke stopzetting van de premiebetaling of tussentijdse opname van opgebouwd vermogen.
Wat zijn de implicaties?
- Vrije besparingen domineren, maar wanneer maatregelen ontbreken om langlevenrisico of inflatierisico af te dekken blijft een aanzienlijke groep kwetsbaar voor financiële onzekerheid op latere leeftijd.
- Verplichte pensioenregelingen lijken weinig draagvlak te hebben onder zzp’ers, zelfs wanneer deze flexibel zijn vormgegeven en tegemoet komen aan de problemen waar zzp’ers in de dagelijkse praktijk tegen aanlopen (onregelmatig inkomen, kans op tegenslag).
- Specifieke groepen, zoals alleenstaanden en ‘gedwongen’ zzp’ers, hebben een verhoogd risico en verdienen gerichte aandacht.