Samenvatting

De transitie naar het nieuwe Nederlandse pensioenstelsel is bij het verschijnen van deze bundel in belangrijke mate voltooid (zomer 2026), maar de eigenlijke toetsing begint nu pas. Heeft het nieuwe contract de doelen waargemaakt die in het Pensioenakkoord van 2019 zijn beschreven? Kan het omgaan met toekomstige schokken die niemand vandaag voorziet? En hoe zal de balans er over twintig jaar uitzien?

In deze epiloog kijken we terug op wat de transitie uniek maakt, evalueren de eerste empirische inzichten uit backtests en blikken vooruit op openstaande vragen. Kunnen koopkracht en pensioenopbouw worden gewaarborgd in een wereld die onzeker blijft door geopolitieke spanningen, veranderingen op de arbeidsmarkt en klimaatrisico’s? En leidt de pensioenhervorming, met haar nadruk op persoonlijke vermogens en keuzevrijheid, tot een verschuiving in de identiteit van het Nederlandse pensioenstelsel met verlies van de traditionele rol van sociale oriëntatie en collectieve doelstellingen?

De analyse in dit hoofdstuk bouwt voort op hoofdstuk 1 van deze bundel (Ponds & Steenbeek, 2026), waarin we de doelstellingen van de pensioenhervorming formuleren. In deze epiloog evalueren we het nieuwe pensioencontract langs drie kernambities uit het pensioenakkoord van 2019:
1. het vergroten van transparantie en het persoonlijker maken van het pensioen
2. het bieden van beter perspectief op koopkrachtbehoud
3. een betere aansluiting bij ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.