“De hoofdvragen blijven hoe we duurzaamheidsvoorkeuren kunnen begrijpen, meten en goed gebruiken”

Wat is onderzocht in het paper?

Deze literatuurstudie geeft een overzicht van wetenschappelijke papers over (het begrijpen, meten en toepassen van) duurzaamheidspreferenties. Duurzaamheid wordt breed gedefinieerd als ESG (Environmental, Social en Governance), de drie aspecten die respectievelijk betrekking hebben op het milieu, het sociale domein en goed bestuur. Eerst worden de drijfveren en eigenschappen van ESG-beleggers belicht. Vervolgens komt literatuur over het meten van duurzaamheidspreferenties aan bod. Tot slot wordt in gegaan op het verwerken van duurzaamheidspreferenties in beleggingsbeleid. Ook wordt besproken dat ESG-beoordelingen van verschillende beoordelingsbureaus vaak niet overeenkomen.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen?

ESG-beleggers vormen geen homogene groep: sommigen worden gedreven door financiële motieven, zoals een inschatting van hoger verwacht rendement of diversificatie potentieel, terwijl anderen morele waarden nastreven, zoals sociale impact. Deze tweede groep is bereid rendement op te geven om duurzame doelen te bereiken. Om ESG effectief te implementeren in het beleggingsbeleid, helpt het om duurzaamheidspreferenties adequaat te meten. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld op basis van daadwerkelijke (investerings)keuzes of opgegeven voorkeuren. Het wetenschappelijke bewijs over hoe duurzaamheidspreferenties de prijzen van effecten en bedrijfsbeslissingen beïnvloeden is uiteenlopend; uiteenlopende ESG-beoordelingen bemoeilijken een consistente implementatie en vergelijking. Een belangrijk aspect bij het begrijpen, meten en toepassen van duurzaamheidsvoorkeuren is duurzame financiële geletterdheid.

Wat zijn de implicaties?

  • Duurzaamheidsvoorkeuren zijn heterogeen en laten zich niet eenduidig verklaren door demografische kenmerken, zoals geslacht en leeftijd. Pensioenfondsen en verzekeraars houden idealiter rekening met deze heterogeniteit en ook met het onderscheid tussen financieel gemotiveerde individuen en moreel gemotiveerde individuen. Ook bestaat er heterogeniteit tussen de verschillende duurzaamheidsdoelen (E, S, of G) die individuen nastreven. Tenslotte kan het waardevol zijn om duurzame financiële geletterdheid te vergroten en te verkennen bij welke groepen dit het meeste effect kan hebben.
  • Het is waardevol om te onderzoeken wat de relaties zijn tussen de dimensies duurzaamheid, rendement en risico; dit kan een completer beeld geven bij het meten van deelnemersvoorkeuren. Pensioenfondsen en verzekeraars worden daarom aangemoedigd om te experimenteren met het simultaan meten van duurzaamheids- en risicovoorkeuren.
  • Meer onderzoek is nodig naar portefeuillestrategieën die verschillende beleggingsmotieven verenigen. Bovendien kan het combineren van ESG-ratings helpen meetfouten te beperken.