Arbeidsinkomensrisico over de conjunctuurcyclus: geslacht, huishoudens en bronnen van risico
Industry paper 2026-33
‘’Arbeidsinkomensrisico verschilt sterk over de conjunctuur en tussengroepen, met neerwaartse risico’s die juist in recessies domineren en huishoudens kwetsbaar maken.’’
Wat is onderzocht in het paper?
Dit paper onderzoekt hoe arbeidsinkomensrisico in Nederland varieert over de conjunctuurcyclus en tussen werknemers. Met administratieve data van 1989–2024 analyseren de auteurs veranderingen in jaarlijkse inkomens, uitgesplitst naar loon en gewerkte uren, sector en geslacht. Ook wordt gekeken hoe individuele risico’s doorwerken op huishoudniveau en naar het gebruik van inkomensvervangende regelingen. Het onderzoek is relevant omdat arbeidsinkomen de belangrijkste bron van inkomen is en bepalend is voor spaargedrag, pensioenopbouw en risicobereidheid. De studie richt zich op werkenden van 25–60 jaar en vergelijkt perioden van economische groei en krimp.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
In recessies wordt de verdeling van jaarlijkse veranderingen in inkomen duidelijk schever naar beneden: grote negatieve schokken komen relatief vaker voor. Vrouwen ervaren gemiddeld grotere schommelingen in inkomen, maar dit verschil met mannen is in de tijd kleiner geworden. Tegelijkertijd reageren inkomens van mannen sterker negatief op recessies. Bij vrouwen hangt de grotere spreiding vooral samen met urenaanpassingen, mede door het grote aandeel parttime werk; bij mannen lijkt het neerwaartse recessierisico sterker door te werken via negatieve urenaanpassingen, bijvoorbeeld via baanverlies of WW-instroom. Deze patronen worden vooral gedreven door veranderingen in gewerkte uren en minder door lonen. Sector speelt een belangrijke rol: het neerwaarts risico is geconcentreerd in conjunctuurgevoelige sectoren zoals bouw en industrie, terwijl onderwijs en de publieke sector stabieler zijn. Op huishoudniveau blijft neerwaarts risico bestaan, omdat schokken deels gelijktijdig optreden binnen huishoudens. Grote inkomensdalingen hangen vaker samen met een hogere kans op instroom in uitkeringen, vooral in werkloosheids- en pensioenregelingen.
Wat zijn de implicaties?
- Pensioenfondsen kunnen rekening houden met het feit dat het arbeidsinkomensrisico toeneemt en negatiever wordt in recessies, waardoor deelnemers minder risico kunnen dragen.
- Verschillen tussen sectoren, geslacht en huishoudsituaties vragen om meer maatwerk heterogeniteit in risicoprofielen en lifecycle-beleggingen.
- Beleid moet erkennen dat urenaanpassingen een belangrijke bron van inkomensrisico zijn, naast loonveranderingen.
- Inkomensvervangende regelingen spelen een cruciale rol bij het opvangen van schokken en moeten goed aansluiten bij de conjuncturele dynamiek.