Werkgroep Keuzevrijheid en reverse mortgages
De dubbelhartige pensioendeelnemer. Over vertrouwen, keuzevrijheid en keuzes in pensioenopbouw
Harry van Dalen & Kene Henkens (allebei NIDI-KNAW)
Het vertrouwen in het Nederlandse pensioenstelsel herstelt zich langzaam maar zeker. Het vertrouwen in banken of verzekeringsmaatschappijen blijft ver achter bij dat van pensioenfondsen. Belangrijke factoren die het vertrouwen bepalen, zijn in de ogen van Nederlanders stabiliteit en eerlijkheid en de beperkte mate waarin mensen pensioenfondsen verantwoordelijk achten voor de financiële problemen van de afgelopen jaren. Zaken als communicatie, klantgerichtheid en maatschappelijk verantwoord gedrag zijn van geringere betekenis in het genereren van vertrouwen. Het vertrouwen in eigen pensioenfonds is vooral hoog onder ouderen (55+); jonge pensioendeelnemers en die van middelbare leeftijd hebben beperkt vertrouwen in hun eigen pensioenfonds en de verwachtingen die zij scheppen. Deelnemers van pensioenfondsen waar pensioenrechten zijn gekort, hebben aanzienlijk minder vertrouwen in hun fonds dan deelnemers die zo’n korting niet hebben meegemaakt. In het analyseren van het belang van keuzevrijheid toont de pensioendeelnemer zich vooral dubbelhartig: mensen vinden zowel keuzevrijheid als het uitbesteden van keuzes aan pensioenfondsen van groot belang in zaken als keuze van pensioenpremie, keuze van pensioenfonds, samenstelling pensionpakket, en beleggen. Bij nadere analyse van een van deze opties – de keuze om uit te stappen uit het eigen pensioenfonds – blijkt de pensioendeelnemer niet geheel rationeel: weliswaar hecht ongeveer driekwart van de deelnemers aan zijn huidige pensioenfonds, maar zij die uitstappen, doen dit vooral uit onvrede. Zij doen dit niet uit het vertrouwen dat banken of verzekeraars het beter zullen doen dan het eigen pensioenfonds.
Robuustheid en modelrisico bij omgekeerde hypotheken
Bertrand Melenberg, Lei Shu, Hans Schumacher, Anja de Waegenaere (allen TiU) & Lieke Werner (Actuera)
Om verschillende ontwerpen van omgekeerde hypotheken (reverse mortgages) te kunnen evalueren, is het nodig om diverse kasstromen te kunnen waarderen. Dit vereist het gebruik van kwantitatieve modellen, voor bijvoorbeeld het kwantificeren van rentevoeten, huisprijzen, sterfte, en dergelijke. Om een hanteerbaar model te verkrijgen, worden typisch vereenvoudigende veronderstellingen gemaakt. Echter, toepassen van een eenvoudig model leidt tot modelrisico: men moet rekening houden met de mogelijkheid dat het model verkeerd gespecificeerd is (bovenop steekproeffouten). De literatuur biedt verschillende manieren om na te gaan in hoeverre modelen robuust zijn tegen modelrisico. In dit artikel beschouwen we een standaardmodel om de waardes van de kasstromen gerelateerd aan verschillende ontwerpen van omgekeerde hypotheken te waarderen, en we onderzoeken hoe robuust dit model is tegen modelrisico.
Locatie
Soortgelijke bijeenkomsten
Sign up for event
Oeps! We konden je formulier niet vinden.