Nederland kampt met een aanzienlijke pensioenkloof tussen mannen en vrouwen (ongeveer 40%). Ondanks de stijgende arbeidsparticipatie van vrouwen, verdienen vrouwen minder en werken ze vaker in deeltijd. Als gevolg daarvan is de kloof in bruto aanvullende pensioenen de afgelopen twintig jaar nauwelijks kleiner geworden. Prognoses laten zien dat de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen zonder ingrijpen niet snel zal verdwijnen. Hoewel het nieuwe pensioenstelsel verschillende uitdagingen aanpakt, lost het de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen niet op. Er zijn aanvullende maatregelen nodig. Met dit project leveren we empirisch bewijs voor succesvolle maatregelen.

Ten eerste gebruiken we ongeëvenaarde Nederlandse administratieve gegevens om de oorzaken van de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen te ontrafelen. Deze gegevens omvatten informatie over lonen, werktijden, pensioenen, burgerlijke staat, zorgverantwoordelijkheden, arbeidsongeschiktheid en zelfstandig ondernemerschap. We analyseren de pensioenopbouw gedurende de hele levensloop om vast te stellen wanneer en voor wie de kloof ontstaat.

Ten tweede bestuderen we, bij gebrek aan relevante Nederlandse hervormingen, hervormingen in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, waar hervormingen de pensioenpositie van vrouwen aanzienlijk hebben verbeterd. Met behulp van causale micro-econometrische methoden beoordelen we de effectiviteit en kosten van dit beleid.

Ten derde, op basis van de bevindingen uit de Nederlandse gegevens, het internationale bewijs en juridische expertise, stellen we beleidsopties voor om de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen in Nederland te dichten. We beoordelen de publieke steun en het marktpotentieel voor nieuw beleid en onderzoeken reacties in gedrag door een enquête uit te voeren via het representatieve Nederlandse LISS-panel.