Promotie Jessica van den Heuvel-Warren: “Hoe kunnen we wonen en pensioen combineren?”
Jessica van den Heuvel-Warren promoveerde in april 2026 aan Tilburg University. In haar onderzoek verbindt ze twee domeinen die in Nederland vaak gescheiden blijven: wonen en pensioen. Welke lessen kunnen we trekken uit het buitenland en wat kan dit opleveren? “We hebben een vrij rigide scheiding tussen de opbouw- en uitkeringsfase van pensioen. Ik denk dat het goed is om na te denken of we die scheiding kunnen doorbreken en zo onze economie stabieler kunnen maken.”
Naam: Dr. Jessica van den Heuvel-Warren
Promotie: 1 april 2026 aan Tilburg University
Proefschrift: Combining retirement savings and real estate ownership in the Netherlands
Vertel eens over het startpunt van jouw promotieonderzoek.
“Ik kwam op het onderwerp van mijn promotieonderzoek via een artikel van hoogleraar Peter Boelhouwer aan TU Delft. Dit stuk ging over bouwsparen in Duitsland, een spaarsysteem dat pensioensparen en woningbezit combineert. Ik was benieuwd hoe dit soort systemen te vertalen zijn naar de Nederlandse context. We hebben in Nederland namelijk een ‘lange balans’: aan de ene kant grote pensioenvermogens die vastzitten in pensioenregelingen en aan de andere kant hoge hypotheekschulden.
Deze strikte scheiding maakt huishoudens kwetsbaar voor schommelingen in de economie. Mensen beschikken namelijk niet altijd over direct beschikbare middelen om onverwachte financiële schokken op te vangen. Daarom onderzocht ik hoe we meer financiële ruimte kunnen creëren door te leren van andere landen waar die scheiding minder vanzelfsprekend is. Daarbij ga ik uit van de vraag: hoe kunnen we wonen en pensioen combineren in plaats van dat we het als losse silo’s zien?”
Wat kwam naar voren uit het onderzoek?
“Eerst keek ik naar het bouwsparen in Duitsland oftewel Bausparen. Dat is een spaarsysteem met steun van de Duitse overheid. In dit systeem spaar je in een aparte contractuele spaarregeling. Hierbij spaar je eerst gedisciplineerd een vooraf afgesproken doelbedrag bij elkaar, voordat je recht krijgt op een aanvullende, relatief goedkope lening. Hoewel dit systeem financiële discipline afdwingt, kwam ik erachter dat het geen structurele oplossing biedt voor de Nederlandse lange balans. Het is namelijk een extra spaarproduct dat volledig búíten het formele pensioenstelsel opereert. Het biedt dus geen mechanisme om het pensioenkapitaal dat Nederlanders al verplicht in de tweede pijler hebben opgebouwd te ontsluiten.
Vervolgens heb ik het Verenigd Koninkrijk onder de loep genomen. Daar moet je goed onderscheid maken tussen twee verschillende instrumenten die in de praktijk bestaan. Enerzijds is er de mogelijkheid om bij pensionering een deel van het opgebouwde pensioen als een belastingvrije lumpsum op te nemen. Het moment van opnemen bij pensionering vond ik voor de woningmarkt echter vaak te laat in de levensloop, omdat mensen dan veelal al een woning hebben. Anderzijds bestaat er in het Verenigd Koninkrijk een afzonderlijk, vrijwillig spaarproduct: de Lifetime ISA. Dit is een door de overheid gesubsidieerde spaarrekening met een dubbel doel: je mag het geld boetevrij opnemen voor de aankoop van je eerste woning, óf bewaren voor je pensioen na je zestigste. Hoewel dit conceptueel heel interessant is, fungeert het in de praktijk als een extra spaarpijler. In Nederland staan de besteedbare inkomens al sterk onder druk door hoge verplichte pensioenpremies en verplichte hypotheekaflossingen. De ruimte voor zo’n extra vrijwillig spaarproduct is hier dus zeer beperkt en lost de bestaande illiquiditeit van verplichte pensioenpotten niet op.
Ten slotte kwam ik uit bij Zwitserland. Hier is het in de eerste plaats mogelijk om je pensioenvermogen te gebruiken als onderpand bij het kopen van een woning. Dit bleek in mijn analyse minder geschikt, omdat het resulteert in hogere hypotheekschulden, waardoor je de balans juist niet verkort. Een tweede mogelijkheid is daar het vervroegd opnemen van pensioengeld voor de financiering van de eigen woning. Dat vond ik een heel interessante oplossing die ik als basis heb gebruikt om een model voor Nederland te ontwikkelen.”
Hoe ziet deze vertaling naar de Nederlandse context eruit?
“Ik ben uitgekomen op een model waarbij pensioendeelnemers toegang krijgen tot vermogen van hun tweede- en derdepijlerpensioen bij de aankoop, verbetering of verduurzaming van de eigen woning. Op die manier kunnen zij hun hypotheekschuld verlagen, wat zorgt voor lagere maandlasten. Vooral dertigers of veertigers zullen hiervan profiteren. Zij spelen zo besteedbaar inkomen vrij op het moment dat ze dit het meest nodig hebben. Als je daarentegen kijkt naar het bedrag ineens bij pensionering, dan zie je dat de groep waarop dit gericht is vaak minder noodzaak heeft om besteedbaar inkomen vrij te spelen, omdat de kinderen het huis uit zijn of het huis is afgelost.
Iemand kan de vraag stellen of we hiermee niet het pensioenstelsel uithollen. Het model dat ik beschrijf, bevat daarom een aantal waarborgen. Zo mag je het pensioenvermogen alleen gebruiken voor de eigen woning. Wanneer je de woning verkoopt en geen nieuwe woning koopt, dan dien je het vermogen terug te storten naar het pensioenfonds of de verzekeraar, zodat het weer terugkomt in de pensioenpot. Daarnaast moet het onttrokken pensioenkapitaal verplicht blijven meetellen in de maximale leennormen, de loan to value en loan to income. Het prijsopdrijvende effect voor de huizenmarkt wordt hiermee gemitigeerd, omdat de opname puur fungeert als schuldsubstitutie; het vervangt een deel van de hypotheekschuld en creëert geen blanco extra leencapaciteit. Hierdoor voorkom je dat het pensioengeld de woningmarkt in vloeit als een extra zak geld die de prijzen verder opdrijft.”
Wat kan de pensioensector met jouw onderzoek?
“Het model dat ik beschrijf sluit goed aan bij de Wet toekomst pensioenen. Daarin gaan we juist naar meer individuele pensioenpotten en een grotere flexibiliteit. We kunnen huishoudens zo meer levensloopflexibiliteit bieden. Een belangrijk punt is wel dat dit voor pensioenuitvoerders aanvullende eisen stelt aan hun zorgplicht en communicatie. Zo moeten ze bijvoorbeeld duidelijk naar hun pensioendeelnemers communiceren dat zij rente op rente missen als ze voor pensionering geld uit hun pensioenpot halen.
Met mijn onderzoek laat ik in ieder geval zien dat we in Nederland een vrij rigide scheiding hebben tussen de opbouwfase en uitkeringsfase van pensioen. Ik denk dat het goed is om na te denken of we die scheiding kunnen doorbreken en zo onze economie stabieler kunnen maken. Dit betekent ook dat we moeten erkennen dat een huishouden een financiële eenheid is, in plaats van dat we wonen en pensioen strikt scheiden. Uiteindelijk staan beide namelijk in verbinding met elkaar.”
Wat heeft Netspar jou opgeleverd?
“Netspar heeft mij op verschillende manieren geholpen. Allereerst denk ik dan natuurlijk aan de grant die ik heb ontvangen, waardoor ik mijn onderzoek heb kunnen doen. Deze heeft me ook in staat gesteld om in de verschillende landen te ontdekken hoe hun systemen werken.
Waardevol was verder de kruisbestuiving tussen theorie en praktijk. Via het kennisnetwerk ontmoet je namelijk mensen met heel verschillende achtergronden en expertises. Daarbij ben ik zelf natuurlijk een vreemde eend in de bijt als econoom met een accountingachtergrond die is gepromoveerd aan een rechtenfaculteit. Bij Netspar zie je die verschillende perspectieven samenkomen.
Tijdens mijn studie merkte ik welke oogkleppen je krijgt als je kiest voor een bepaalde studie. Je leert binnen één vakgebied namelijk een specifieke manier om naar problemen te kijken en naar oplossingen te zoeken. In andere disciplines kan dit weer heel anders werken. Dit inzicht laat zien dat er zelden één eenduidige oplossing bestaat voor complexe vraagstukken.”
Over Jessica van den Heuvel-Warren
Jessica van den Heuvel-Warren studeerde Economics and Business Economics aan de Universiteit Utrecht. Na de master International Economics and Business aan dezelfde universiteit volgde ze de post-master Accounting aan Nyenrode Business Universiteit. Van den Heuvel-Warren werkte tijdens haar promotieonderzoek onder meer twee jaar bij PwC. Recent publiceerde ze het Netspar Industry Paper Het combineren van wonen en pensioen in Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland: Een rechtsvergelijkend onderzoek. Op dit moment is ze aan de slag bij Tilburg University als postdoctoraal onderzoeker. Daarnaast werkt ze aan onderzoek vanuit een Netspar Theme Grant die is gefinancierd door Instituut Gak.