Prijswinnende masterscriptie: herverdeling van welvaart versterkt door het gebruik van langdurige zorg

“Het verschil in gebruik van (verpleeghuis)zorg vergroot het welvaartsverschil tussen ouderen met een hoge en een lage sociaaleconomische status aanzienlijk”

Sociaaleconomische verschillen tussen huishoudens hebben grote impact op de (gezonde) levensverwachting en welvaart op latere leeftijd. Door ongelijkheid in levensverwachting en behoefte aan langdurige zorg, is er sprake van herverdeling van welvaart op latere leeftijd: hogere inkomens genieten langer pensioeninkomen én dragen minder lang de lasten van een eigen bijdrage voor langdurig zorggebruik. Jeroen van der Vaart (RUG) e.a. kwantificeerden wat dit betekent: “Ouderen met een hoge sociaaleconomische status genieten hierdoor tot wel een half jaar extra totale consumptie.”

“De sociaaleconomische verschillen in gezondheid en levensverwachting hebben altijd al mijn interesse gehad”, vertelt Jeroen. “We weten al dat mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) vaak minder lang leven én minder gezonde levensjaren hebben. Wij hebben in deze studie gekwantificeerd wat dit betekent voor uitgaven en besparingen op hogere leeftijd voor huishoudens met hoge en lage SES. Ook hebben we doorgerekend welke implicaties deze verschillen hebben voor de verdeling van welvaart. We gebruiken hiervoor een model dat het consumptie- en spaargedrag beschrijft van alleenstaanden en koppels gedurende de hele levenscyclus. Spaargedrag hangt hierbij samen met inkomensonzekerheid tijdens het werkzame leven alsook het risico op verslechterde gezondheid en overlijden na pensionering. We houden hierbij ook rekening met de herverdeling van welvaart op latere leeftijd door belastingen voor sociale zekerheid en met inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdragen voor langdurige zorggebruik.”

Substantieel
“Doordat mensen met een hogere SES langer leven en dus meer pensioeninkomen ontvangen, is er sprake van herverdeling ten koste van de mensen met een lagere SES. Daarbij komt dat die laatste groep ook langer gebruik maakt van langdurige (verpleeghuis)zorg en dus langer de lasten van een eigen bijdrage draagt. Dit maakt dat de verschillen in welvaart met name in de laatste levensjaren enorm oplopen. Tel je de kosten en het verlies van pensioeninkomen (door minder levensjaren) bij elkaar op, dan kunnen ouderen met een hoge SES tot een half jaar langer consumeren dan ouderen met een lage SES; dat is substantieel.”

Erfenis
“Een opvallende uitkomst van deze studie is dat een groot deel van de overtollige welvaartswinst voor hoge SES-huishoudens kan worden verklaard door hun sterke voorkeur voor het nalaten van een erfenis. Doordat deze huishoudens minder gebruik maken van langdurige zorg, besparen zij op de eigen bijdrage. Deze besparingen komen dus vooral ten goede aan het nalaten van een erfenis na overlijden, mensen houden hier bewust geld voor achter de hand.”

Minder aantrekkelijk
“In vergrijzende samenlevingen is de betaalbaarheid van zorg en de oudedagsvoorzieningen een heikel punt. Sociaaleconomische verschillen maken dat de impact van beleidskeuzes voor mensen heel verschillend is. Gegeven dat langdurig zorggebruik verschilt tussen sociaaleconomische groepen zou het méér inkomens- of vermogensafhankelijk maken van eigen bijdragen in de langdurige zorg averechts kunnen werken. Enerzijds leg je de zorgrekening neer bij degenen met meer middelen, anderzijds zijn dat de degenen met lager zorggebruik en wordt daardoor hun overtollige welvaartswinst versterkt. Het aanpassen van de opbouw van de eigen bijdrage is dus een complexe afweging waarbij niet alleen naar de betaalbaarheid van zorg moet worden gekeken, maar ook hoe dit welvaartsverschillen tussen sociaaleconomische groepen onbewust kan versterken. Naast beleid te focussen op zorgkosten kan beleid wellicht meer worden toegesneden op het minder aantrekkelijk maken van het nalaten van een erfenis, want dat is waar de hoge SES-groep haar overtollige welvaartswinst lijkt te behalen.”

Over Jeroen van der Vaart

Afgelopen zomer studeerde Jeroen Summa Cum Laude af aan de Research Master in Economics and Business aan de Rijksuniversiteit Groningen, met het profiel “Econometrics & Business Analytics”. Zijn master thesis is bekroond met de Jan Brouwer Scriptieprijs 2021 in de categorie “Economie”. Momenteel is Jeroen promovendus aan de FEB bij de afdeling Economie, Econometrie en Financiën. Zijn onderzoek zal zich onder meer richten op gezondheidsrisico’s na pensionering en het nalaten van een erfenis. Prof. dr. Rob Alessie, dr. Max Groneck en dr. Raun van Ooijen begeleiden zijn proefschrift.

Voor Netspar werkte Jeroen ook mee aan onderzoek naar de financiële gevolgen van verweduwing.

Meer weten?
Lees het paper Health inequalities and the progressivity of old-age social insurance programs.

Kijk hier voor meer informatie over Jeroen.

Netspar, Network for Studies on Pensions, Aging and Retirement, is een denktank en kennisnetwerk. Netspar is gericht op een goed geïnformeerd pensioendebat.

MEER OVER NETSPAR


Missie en strategie           •           Netwerk           •           Organisatie           •          Magazine
Netspar Brief            •            Werkprogramma 2019-2023           •           Onderzoekagenda

OVER NETSPAR

Onze partners

vu
B20160708_nationale nederlanden
B20190901_nidi-logo_greyscale
B20160708_apg
B20160708_ministeries
Bekijk al onze partners