International Pension Workshop 2026: een smeltkroes van disciplines
De International Pension Workshop zit erop. Daarbij ging het in de afgelopen dagen om een ontmoeting van onderzoekers vanuit heel verschillende disciplines. Deze smeltkroes zorgt ervoor dat meerdere perspectieven vertegenwoordigd zijn, wat niet alleen leidt tot waardevolle discussies, maar ook tot rijkere en beter onderbouwde inzichten.
“Wie is hier aanwezig als onderzoeker vanuit finance? Wie vanuit de macro- of micro-economie? Psychologie? Communicatie? Het recht?” Tijdens de plenaire opening laat wetenschappelijk directeur Mathijs van Dijk de deelnemers in de zaal hun hand opsteken. Het resultaat laat zien dat onderzoekers vanuit heel verschillende disciplines vertegenwoordigd zijn tijdens deze editie.
Het stokje wordt daarna overgenomen door Stefan Zeisberger, voorzitter van de programmacommissie voor de International Pension Workshop 2026. Hij geeft meer uitleg over het programma, dat drie dagen bestrijkt en in totaal 27 sessies, 54 papers en twee keynotes omvat. Mogelijkheden om elkaar informeel te ontmoeten tijdens een social event in gaststad Leiden, maken het programma compleet.
Zetten auto-enrolment en auto-escalation aan tot pensioensparen?
De eerste keynotespreker is David Laibson, Robert I. Goldman-hoogleraar economie aan de Harvard-universiteit en faculteitsdecaan van Lowell House. Hij bespreekt het effect van verschillende interventies om mensen aan te zetten tot pensioensparen. In de Verenigde Staten sparen werknemers voor hun pensioen volgens het bekende systeem van 401(k). “Dit is een fiscaal voordelige vrijwillige pensioenspaarrekening voor Amerikaanse werknemers die wordt gefinancierd via inhoudingen op het salaris”, legt Laibson uit. “Daarbij bepaalt de werknemer zelf het premiepercentage en de verdeling van het vermogen. De werkgever vult dit aan tot een bepaalde grens.”
Samen met onderzoekers vanuit de praktijk keek Laibson naar manieren om Amerikanen meer te laten sparen voor hun pensioen. Dat is in de eerste plaats auto-enrolment, waarbij je automatisch deelneemt aan een pensioenspaarrekening wanneer je bij een bedrijf in dienst treedt. Daarnaast is er auto-escalation, waarbij je pensioenspaarpercentage elk jaar met één procentpunt stijgt. De verwachtingen zijn hoog als het gaat om beide interventies, vooral bij auto-escalation. Laibson: “We hebben altijd gedacht dat auto-escalation een drijvende kracht zou zijn achter een snelle toename van de Amerikaanse pensioenspaartegoeden. Daarbij hebben veel andere landen op zijn minst auto-enrolment ingevoerd, en ook auto-escalation wint wereldwijd steeds meer aan populariteit.”
Volgens de Harvard-hoogleraar zijn de effecten van auto-enrolment als auto-escalation in de Americaanse context echter kleiner dan gedacht, een bevinding die gestaafd wordt door bestaande data. Laibson: “Over de gehele levensduur van vermogensopbouw bedraagt het mediane saldo van de Defined Contribution-pensioenregeling van een mediaan Amerikaans huishouden in hun zestiger jaren 20.000 dollar. Onder de mediaan daalt dit saldo snel naar nul, waardoor de helft van de bevolking in feite geen geld voor Defined Contribution-pensioenspaarrekeningen heeft.” Laibson ziet daarbij dat de effecten van de interventies “vervagen”. Zo is er sprake van het “weglekken” van de effecten, omdat werknemers bij het wisselen van baan hun Defined Contribution-saldo opnemen, wat onder bepaalde voorwaarden mogelijk is tegen betaling van een boete van maximaal 10 procent. Ook zijn er veel mensen die bij het bedrijf komen werken en het vervolgens weer te snel verlaten om ten volle te kunnen profiteren van auto-escalation.
Laibson contateert dat de beleidsimplicaties vooral betrekking hebben op de Verenigde Staten. “Het idee dat je op elk moment tijdens je loopbaan pensioengeld kunt opnemen, is iets wat vrij uniek is voor de Verenigde Staten en Canada. Ik denk dat de present bias al deze feiten samenbrengt. Het verklaart waarom mensen zich deels passief opstellen en het uitstellen om de standaardinstelling die voor hen is ingesteld te wijzigen. Het verklaart ook waarom huishoudens er uiteindelijk toch toe overgaan om het geld op te nemen, omdat ze door hun present bias steeds meer creditcardschulden opbouwen.” Mogelijke oplossingen ziet hij in het overdraagbaar maken van Defined Contribution-saldi tussen banen en door bepaalde pensioenspaargelden tot aan het pensioen minder liquide te maken. Ook denkt hij aan het creëren twee automatische spaarrekeningen via het werk: één voor een noodfonds dat zeer liquide is tijdens je werkzame leven en één voor je pensioen dat zeer illiquide is tijdens je werkzame leven.
Vier soorten beleidsinstrumenten om vrijwillig pensioensparen te stimuleren
De tweede keynotespreker is Marie Brière. Zij is hoofd Investor Intelligence en Academisch Partnerschap bij Amundi Institute, een Europese vermogensbeheerder, en algemeen directeur van het Institut Louis Bachelier, een onderzoeksinstituut gevestigd in Parijs. In de keynote beschrijft ze haar onderzoek naar beleidsinstrumenten om in Europa, en specifiek Frankrijk, vrijwillig pensioensparen te stimuleren. Ze geeft aan dat dit noodzakelijk is vanwege onder andere een langere levensverwachting en een dalende verhouding tussen het aantal werkenden en gepensioneerden. Brière ziet vier soorten beleidsinstrumenten die in de loop van de tijd in reactie hierop ontwikkeld zijn: fiscale prikkels, het matchen van pensioenbijdragen (oftewel geld bijleggen door overheden of werkgevers) en auto-enrolment, productontwerp, en digitalisering.
Fiscale prikkels maakten deel uit van de eerste golf van beleidsinnovaties. Brière zoomt hierop in aan de hand van één van haar onderzoeken naar de fiscale behandeling van persoonlijke pensioenrekeningen. Brière: “Frankrijk voerde in 2019 pensioenbijdragen vóór belasting in. Dat was nieuw, omdat Franse spaarders voorheen alleen na belasting konden sparen.” Deze vernieuwing, de Loi Pacte, blijkt een “bescheiden maar significante impact” te hebben op het aantal mensen dat spaart in het pensioenspaarplan. De impact is echter ongelijk verdeeld, aldus de onderzoeker. “De effecten zijn vooral merkbaar bij werknemers met een hoger inkomen, oudere werknemers en ‘actieve’ spaarders.”
Brière bespreekt daarna twee andere manieren die in Frankrijk zijn geïntroduceerd om pensioensparen te stimuleren: matching en auto-enrolment. “Laten Franse pensioenspaarders zich nudgen?” is de vraag die ze in het kader hiervan stelt. Liquiditeit blijkt cruciaal te zijn bij langetermijnsparen voor pensioen, vooral voor jongere mensen. Brière: “Bij liquide spaargeld is er het risico dat mensen onvoldoende sparen voor het pensioen. Maar als spaarders uit voorzorg liquiditeit willen behouden, dan kan dit juist een stimulans zijn om te sparen.” Ook is sprake van uitzonderlijke opnames uit pensioenspaarplannen voor de lange termijn, die de stimulansen voor pensioensparen gedeeltelijk tenietdoen.
Bij productontwerp beschrijft Brière twee uitersten: “Enerzijds zijn er lijfrentes die een gegarandeerde inkomensverzekering bieden tegen het langlevenrisico, maar ook een uitkering hebben die onomkeerbaar is. Anderzijds is het mogelijk om kapitaal geleidelijk op te nemen tijdens pensionering, maar dit brengt het risico met zich mee dat het kapitaal vóór overlijden uitgeput raakt”. Ze pleit daarom voor hybride oplossingen met risicodeling, die zowel flexibiliteit bieden als bescherming tegen het idiosyncratische langlevenrisico en beter aansluiten bij uiteenlopende voorkeuren van pensioendeelnemers.
Ten slotte gaat Brière in op digitalisering en de rol van robo-adviseurs. Deze digitale tools kunnen beleggingsbeslissingen ondersteunen door automatisch portefeuilles samen te stellen en aan te passen. Haar onderzoek laat zien dat “robo-adviseurs gepaard gaan met een hogere mate van aandacht en handelsactiviteit” en dat dit leidt tot een grotere blootstelling aan risicovollere beleggingen en hogere rendementen. Tegelijkertijd blijkt dat vertrouwen en gebruik nog beperkt zijn, en dat vooral jongere, mannelijke en minder vermogende groepen gebruikmaken van deze technologie. Digitalisering kan daarmee bijdragen aan betere beleggingsbeslissingen, maar lost gedragsproblemen niet volledig op.
Interviews met deelnemers
Hoe ervaren de deelnemers de International Pension Workshop? We laten drie deelnemers aan het woord, die vanuit verschillende rollen een bijdrage leverden aan de International Pension Workshop:
Elena Stancanelli
Elena Stancanelli is hoogleraar economie aan de Paris School of Economics en lid van de Scientific Council van Netspar, waar zij onderzoeksvoorstellen beoordeelt voor themagrants. Ze neemt al vanaf het begin deel aan Netspar-conferenties en benadrukt de meerwaarde daarvan: “Het mooie aan het presenteren van je onderzoek bij Netspar is de waardevolle feedback, de grotere zichtbaarheid en de impact. Zo kun je bijvoorbeeld na presentaties merken dat collega-onderzoekers aan soortgelijke onderwerpen gaan werken. Of ze zijn hier al mee bezig, en dan wisselen ze ideeën uit. De discussies en feedback zijn namelijk heel goed. Dit vergroot uiteindelijk de kans op publicatie.”
Waar liggen volgens Stancanelli nog kansen qua onderzoek op het gebied van pensioen en ouder worden? “Er is natuurlijk vanuit het verleden al veel onderzoek gedaan naar veel verschillende aspecten”, zegt de hoogleraar. “Maar ik denk dat er vanuit dataperspectief nog volop ruimte is voor nieuw onderzoek, waarbij enquêtegegevens, administratieve gegevens en gedragsexperimenten met elkaar worden gekoppeld. Zo presenteerden beide keynotesprekers [Marie Brière en David Laibson, red.] bijvoorbeeld bewijsmateriaal uit diverse nieuwe gegevensbronnen, waaronder ook private verzekeringsmaatschappijen.”
Stancanelli geeft een voorbeeld van het gebruik van verschillende registers die aan de hand van administratieve gegevens aan elkaar zijn gekoppeld om de voorkeuren van mensen voor gezamenlijke pensionering in kaart te brengen. Dit betreft een Noors onderzoek waaraan ze heeft meegewerkt. “In dit onderzoek hadden we inzicht in het exacte moment van iemands pensionering, zijn of haar arbeidsverleden en zijn of haar inkomen. Er waren ook wijzigingen in het pensioenstelsel, waardoor we konden vaststellen wie er bij koppels met twee inkomens wel en wie er niet door de veranderingen werd beïnvloed. Daarnaast hebben we partners gekoppeld aan de arbeidsgeschiedenis van hun moeders, om na te gaan hoe traditionele gendernormen – zoals die van een thuisblijvende moeder – de strategieën van partners voor gezamenlijke pensionering beïnvloedden. Daarbij is voor mij de belangrijkste innovatie dat we over meer gegevensbronnen beschikken om hypothesen te toetsen. Dit stelt ons ook in staat om dezelfde vraag vanuit verschillende invalshoeken te onderzoeken.”
Marlene Koch
Marlene Koch is universitair docent Finance aan de Universiteit Maastricht. Ze heeft een achtergrond in de actuariële wiskunde, maar is zich tijdens haar promotieonderzoek steeds meer gaan richten op de financiële economie. Koch: “Ik houd me bezig met theoretische huishoudfinanciën. Dan gaat het specifiek om het maken van optimale keuzes op het gebied van consumptie, sparen en huisvesting met een langetermijninvesteringsaspect.” Tijdens haar promotieonderzoek in Duitsland hoorde ze al over Netspar. “Nu ik hier in Nederland woon, ben ik ook junior fellow en nog meer bij het kennisnetwerk betrokken.”
Koch neemt deel aan de International Pension Workshop, omdat het programma heel nauw aansluit bij haar onderzoekinteresses. Daarnaast vindt ze de koppeling met de praktijk heel fijn. Daarbij ziet ze hoe discussies direct impact kunnen hebben. Koch: “Een van mijn coauteurs presenteerde vandaag een eigen paper waar ik zelf niet aan meewerk. Bij de discussie bracht de discussiant heel waardevolle punten naar voren die misschien ook nuttig kunnen zijn voor ons gezamenlijke paper, ook al werd dit hier niet gepresenteerd.”
De open sfeer krijgt verder veel waardering van Koch. “Toen ik voor het eerst naar de International Pension Workshop kwam, viel het me op hoe iedereen hier heel open en vriendelijk is en je proactief benadert. Daarbij voelt het altijd een beetje als een reünie: je weet dat je dezelfde mensen weer zult zien en je blijft op de hoogte van wat er allemaal speelt. Dat zorgt voor een soepele samenwerking.” Ze vindt het verder positief dat Netspar ook junior onderzoekers faciliteert om hiernaartoe te komen: “Daardoor is het de kwaliteit van je onderzoek die bepaalt of je aanwezig kunt zijn. Dat maakt het echt inclusief.”
Zitong Ding
Zitong Ding is promovenda aan de Radboud Universiteit. Ze heeft een achtergrond in Recht en Finance en houdt zich in haar promotieonderzoek bezig met Duurzame financiering. Ze ontdekte Netspar via haar begeleiders. “Na mijn afstuderen had ik het geluk dat ik aan de slag kon gaan in mijn huidige onderzoekspositie, wat mogelijk is gemaakt dankzij een Netspar Theme Grant die aan mijn promotoren was toegekend”, zegt Ding. Sindsdien ben ik heel betrokken geweest bij de activiteiten van Netspar, waaronder de International Pension Workshop.”
Ding draagt dit jaar bij als discussiant. Dat doet ze tijdens een presentatie over financiële geletterdheid en technologie in relatie tot robo-adviseurs. “Ik wilde als discussiant niet alleen de auteur, maar ook het publiek aanzetten tot nadenken over hoe we de resultaten van het artikel verder kunnen toepassen in de pensioenpraktijk.” In het verlengde hiervan ziet Ding binnen Netspar hoe wetenschap en praktijk elkaar versterken. “Wat ik waardeer, is dat Netspar de kracht van kennis echt op waarde weet te schatten en ervoor zorgt dat die kennis daadwerkelijk wordt toegepast.”
Van deze bijeenkomst spreken haar het internationale karakter en de netwerkmogelijkheden aan. “Als academicus ligt het in de aard van je werk dat je mobiel moet zijn door het beperkte aantal vacatures in de academische wereld. Het is dus steeds belangrijker om een netwerk op te bouwen: niet alleen binnen je eigen universiteit of je eigen land, maar wereldwijd.”