Samenvatting

Het Pensioenakkoord uit 2019 met als belangrijkste verandering de Wet toekomst pensioenen (Wtp) uit 2022/2023, herijkt de balans in het Nederlandse driepijlerstelsel door solidariteit explicieter te maken, collectieve structuren te behouden en flexibiliteit voor deelnemers te verruimen.

 

1. Nieuwe verhoudingen tussen de pijlers

De impact van de hervorming verschilt tussen de drie pijlers. De AOW behoudt haar brede collectieve functie, de tweede pijler verschuift van impliciet naar expliciet ontworpen solidariteit binnen premieregelingen, en de derde pijler krijgt een versterkte rol als flexibel aanvullingsinstrument binnen een arbeidsvormneutraal kader. Dit creëert een transparantere samenhang met een duidelijkere functie per pijler.

 

2. Solidariteit wordt explicieter en doelgerichter vormgegeven

Waar in het oude pensioenstelsel herverdeling impliciet verweven zat in kenmerken als de doorsneesystematiek, wordt solidariteit in het nieuwe stelsel explicieter en selectiever toegepast in de vorm van solidariteits- en risicodelingsreserves en toedelingsregels. Dit vergroot de inzichtelijkheid van wie welk risico draagt en waarom.

 

3. Individuele regie neemt toe binnen een stevig collectief kader

De introductie van persoonlijke pensioenvermogens, nieuwe keuze-opties zoals de lumpsum en verruimde fiscale ruimte in de derde pijler vergroten de persoonlijke sturingsmogelijkheden van deelnemers. Tegelijkertijd blijven collectieve uitvoering en besluitvorming centraal staan in de structuur van het stelsel. Hierdoor ontstaat een model waarin maatwerk en individuele voorkeuren meer ruimte krijgen, zonder dat collectiviteit wordt losgelaten.