Samenvatting

Dit hoofdstuk richt zich op de welvaartsimplicaties van de solidaire (SPR) versus de flexibele (FPR) premieregeling. De overgang van toegezegde pensioenregelingen (volledig collectief) naar beschikbare premieregelingen (meer individueel) is een van de belangrijkste elementen van de invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Waar volledig collectieve toegezegde pensioenregelingen profiteren van schaalvoordelen, risicodeling en toegang tot illiquide beleggingen, bieden individuele regelingen meer keuzevrijheid en grotere transparantie. In dit hoofdstuk onderzoeken we de welvaartsimplicaties van deze verschuiving. We doen dit door stap voor stap te analyseren wat de impact is van i) de mogelijkheid om de leenrestrictie te laten vervallen, ii) het toestaan van keuzevrijheid en iii) een efficiëntere portefeuille. De resultaten uit onze analyse kunnen pensioenfondsen helpen om een gedegen afweging te maken in de keuze voor een gewenste regeling en beleidsinstrumenten.

 

In dit hoofdstuk gebruiken wij de termen solidaire en flexibele premieregeling conform de Wtp. Beide regelingen zijn collectieve pensioenregelingen, met collectief vermogensbeheer en collectieve risicodeling. De verschillen zitten dus niet in het al dan niet collectief zijn van de regeling, maar in de mate van keuzevrijheid, de inrichting van het beleggingsbeleid en de mogelijkheden rond leenrestricties en illiquide beleggingen.

 

Dit hoofdstuk start met een korte samenvatting van de belangrijkste resultaten. Vervolgens beschrijven we in meer detail de achtergrond en internationale context bij collectieve versus individuele pensioenregelingen. Daarna lichten we stap voor stap de verschillende variaties in beleidsinstrumenten en bijbehorende resultaten toe. We sluiten het hoofdstuk af met de belangrijkste conclusies voor de welvaartsimplicaties van solidaire versus flexibele regelingen.