“De klassieke levensloopstrategie is verre van optimaal”

Wat is onderzocht in het paper?

In dit paper worden optimale levensloopstrategieën afgeleid voor pensioendeelnemers met verschillende risico aversies. Dit gebeurt op basis van door DNB gepubliceerde scenario’s die, naast aandelen-, ook rekening houden met rente- en inflatierisico. Daarnaast houden de strategieën rekening met de nominale uitkeringsregels van de Wtp. Deze optimale strategieën worden vergeleken met klassieke Merton strategieën die alleen rekening houden met leeftijd en aandelenrisico.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen?

Het onderzoek laat zien dat voor elk risicoprofiel het optimale gewicht van aandelen in een portefeuille lager ligt dan de klassieke theorie stelt. De ‘Merton-formule’ onderschat dus het aandelenrisico.

Het optimale renterisico verschilt per levensfase: op jongere leeftijd hebben renterisico’s vrijwel geen effect (en is de optimale ‘blootstelling’ nul), op latere leeftijd (na pensionering) kan de blootstelling oplopen tot bijna 100 procent.

De kosten van suboptimale beleggingsstrategieën kunnen aanzienlijk zijn. Een sterk risicomijdende pensioendeelnemer zal de optimale strategie voor een deelnemer met een grote risicobereidheid als buitengewoon slecht ervaren. Voor pensioendeelnemers met een grote risicobereidheid die een risicoarme strategie volgt zijn de verliezen kleiner. Een levensloopportefeuille die is geoptimaliseerd voor de gemiddelde deelnemer beperkt de kosten voor alle groepen.

De (optimale) allocaties zijn zeer gevoelig voor de manier waarop de eerste pijler (AOW) wordt meegenomen

Wat zijn de implicaties?

  • Klassieke modellen zijn onvoldoende om optimale levensloopportefeuilles te maken. Er moet ook aandacht zijn renterisico’s, wisselende marktomstandigheden en de daarmee gepaard gaande grotere kans op extreme gebeurtenissen dan in de klassieke Merton omgeving.
  • De optimale strategie is niet alleen maar afhankelijk van het niveau van risico-aversie. Het is minstens zo belangrijk om rekening te houden met het reële inkomen gedurende de levensloop.
  • Bij heterogeniteit in preferenties onder de deelnemers, biedt differentiatie van levensloopportefeuilles meerwaarde.
  • Het is belangrijk om bij de berekeningen de AOW te betrekken.