Wtp-bundel: Inzicht in transitie-effecten voor een evenwichtige belangenafweging
Industry paper 2026-13
Samenvatting
Pensioenfondsen hebben hun pensioenregeling opnieuw ingericht. In dit hoofdstuk behandelen we de vraag hoe de overstap van de oude naar de nieuwe regeling wordt vormgegeven. Bij de Nederlandse pensioenhervorming is gekozen voor het invaren van pensioenaanspraken; pensioenaanspraken van het oude pensioenstelsel worden omgezet naar pensioenvermogens in het nieuwe pensioenstelsel. Een voorwaarde van het invaren is dat het pensioenfonds voorkomt dat invaren voor deelnemers tot onevenwichtig nadeel leidt. Er zijn twee wettelijke maatstaven vereist om de transitie te kwantificeren en te beoordelen op evenwichtigheid. In dit hoofdstuk bespreken we zowel de overwegingen bij de transitie als de factoren die de transitie-effecten beïnvloeden.
Kernpunten
- Het pensioenstelstel in Nederland gaat door een unieke transitie. Het gaat om relatief veel vermogen en om een omzetting van pensioenaanspraken naar pensioenvermogen – het invaren.
- Het invaren van pensioenaanspraken biedt verschillende mogelijkheden. De buffer uit het huidige stelsel kan enerzijds worden gebruikt om het nieuwe stelsel vanaf de start ook van een gevulde buffer te voorzien en anderzijds om groepen in de transitie te compenseren voor onevenwichtig nadeel door de overgang naar het nieuwe stelsel.
- Evenwichtigheid moet onder andere worden beoordeeld aan de hand van de twee wettelijke maatstaven: nettoprofijt en pensioenverwachtingen (in drie scenario’s).
- De transitie-effecten worden beïnvloed door exogene factoren, zoals de economische omstandigheden en endogene factoren, zoals de verschillende instrumenten die het pensioenfondsbestuur ter beschikking heeft om de transitie vorm te geven.