“Het lijkt onmogelijk om tegemoet te komen aan alle bezwaren”

Wat is onderzocht in het paper?

Het paper bevat een reflectie op de performancetoets voor bedrijfstakpensioenfondsen. Deze wettelijk verplichte jaarlijkse toets geeft aan of de beleggingsprestatie van een bedrijfstakpensioenfonds voldoende is geweest (ten opzichte van een zelf opgegeven normportefeuille). Als een bedrijfstakpensioenfonds ‘zakt’ voor de toets, kan mogelijk de verplichtstelling vervallen en dan mogen werkgevers vertrekken bij het fonds. Het paper gaat in op de achterliggende gedachte van de toets, op de opzet ervan, op bezwaren tegen de toets en op mogelijke alternatieven en verbeteringen.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen?

Uit gesprekken met diverse betrokkenen blijkt dat de verplichtstelling aandacht vraagt voor voldoende ‘checks en balances’ op de prestaties van een bedrijfstakpensioenfonds in brede zin. Er bestaan meerdere bezwaren tegen de huidige performancetoets. Zo evalueert de toets alleen de kwaliteit en de uitvoering van het beleggingsbeleid en niet het beleggingsbeleid zelf. Fondsen stellen hun eigen normportefeuille vast, zonder externe toets op de kwaliteit daarvan. Er zijn ook aandachtspunten voor wat betreft de calibratie van kosten en volatiliteit, het ontbreken van geschikte benchmarks voor bepaalde asset classes en overlays, en het gebruik van op maat gemaakte (ESG) benchmarks. Ook bestaat weinig transparantie over de toetsing omdat de resultaten niet centraal worden bijgehouden. Het paper bespreekt drie voorgestelde alternatieve invullingen van de performancetoets.

Wat zijn de implicaties?

Volgens de auteur is de belangrijkste aanbeveling om eerst de volgende vragen te beantwoorden, voorafgaand aan het overwegen van concrete alternatieve invullingen van de performancetoets:

  1. Welke aspecten van de prestaties van een bedrijfstakpensioenfonds moeten worden getoetst?
  2. Hoe kunnen deze aspecten het beste worden getoetst (bijvoorbeeld kwantitatief of kwalitatief)?
  3. Via welk mechanisme kunnen deze aspecten het beste worden getoetst (bijvoorbeeld via de interne governance, de toezichthouder(s) en/of een wettelijke toets)?