De ervaringen van niet-Europese migranten met hun pensioen in Nederland
Industry paper 2026-07
“Veel niet-Europese migranten zijn beperkt voorbereid op hun pensioen”
Wat is onderzocht in het paper?
Veertig procent van de niet-Europese 65-plussers in Nederland leeft onder de armoedegrens. Maar hoe komt dat? Om daar een beeld van te krijgen wordt in dit paper aan de hand van interviews onderzocht hoe deze mensen omgaan met hun pensioen. Daarbij worden drie aspecten bekeken: de pensioenvoorbereiding, het gebruik van de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) en sociale relaties.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
De pensioensituatie van niet-Europese migranten wordt beïnvloed door een combinatie van sociaaleconomische factoren (inkomen en werk), sociaal-culturele factoren (taal en kennis) en sociale relaties (familie en gemeenschap). Door deze factoren zijn veel migranten kwetsbaar voor pensioenarmoede.
Uit de interviews blijkt dat veel niet-Europese migranten in Nederland zich beperkt hebben voorbereid op hun pensioen. Veel respondenten hadden weinig kennis van het Nederlandse pensioensysteem en ontdekten vaak pas kort voor hun pensionering hoe hun pensioen was opgebouwd. Ook taalproblemen en de complexiteit van informatie spelen een rol. Door lage inkomens, onzekere arbeidsposities en financiële verplichtingen richting familie hadden velen bovendien weinig mogelijkheden om te sparen of aanvullend pensioen op te bouwen. De AIO-regeling, bedoeld als vangnet voor ouderen met een laag inkomen, wordt niet altijd gebruikt. Dat komt door onbekendheid met de regeling, angst voor terugvorderingen, wantrouwen tegenover de overheid en/of gevoelens van schaamte. Familie en sociale netwerken spelen daarom vaak een belangrijke rol bij het omgaan met een laag pensioeninkomen. Kinderen helpen bijvoorbeeld met het begrijpen van pensioeninformatie, het aanvragen van regelingen of met financiële steun. Tegelijkertijd willen sommige ouderen hun kinderen niet belasten, waardoor ze minder hulp vragen.
Wat zijn de implicaties?
Mogelijke beleidsadviezen zijn:
- Betere en toegankelijkere pensioencommunicatie (bijvoorbeeld in meerdere talen).
- Meer ondersteuning via werkgevers en maatschappelijke organisaties.
- Verbetering van informatie en toegankelijkheid van de AIO-regeling.
- Mogelijke aanpassingen in het pensioenstelsel, zoals terugbrengen van de AOW-opbouwperiode van 50 tot 40 jaar.