Invloed op pensioen vanuit ontwikkelingen op de arbeidsmarkt

In Nederland wordt ingezet op een meer inclusieve arbeidsmarkt. Ondanks de economische groei van de afgelopen jaren en de krapte op de arbeidsmarkt bestaat er nog steeds een arbeidsreserve (onbenut arbeidspotentieel) van 1,1 miljoen mensen. Nederland scoort internationaal slecht wat betreft de arbeidsparticipatie van mensen met beperkingen en afstand tot de arbeidsmarkt. Nergens in Europa in het verschil tussen de gemiddelde participatie en die van mensen met beperkingen zo groot als hier. Om de participatie van de genoemde groep te vergroten is in 2015 de Participatiewet ingevoerd. Met behulp van loonkostensubsidie, jobcoaches en een mogelijk quotum en boete voor werkgevers zouden werkgevers ertoe moeten worden bewogen om meer mensen aan te nemen. Tegelijkertijd werd de toegang tot de sociale werkvoorziening afgesloten voor nieuwe instroom. Onlangs bleek uit een evaluatie van het SCP (2019) dat deze aanpak onvoldoende effect sorteert. Reeds voor deze evaluatie is in de politieke en maatschappelijke discussie de vraag opgeworpen of er geen arrangementen mogelijk zouden (moeten) zijn tussen enerzijds de participatie in reguliere banen, gekenmerkt door steeds hogere opleidingseisen, werkdruk en flexibiliteit en anderzijds een langdurig verblijf in de bijstand. Deze ‘tussenoplossing’ wordt omschreven in termen van ‘basisbanen’ (WRR, 2020; CDA, 2018), ‘participatiebanen’, ‘maatschappelijke banen’ of werk in de ‘parallelle arbeidsmarkt’ (Wilthagen, 2019; Brouwer, Verhoeven en Wilthagen, 2018). Deze banen zouden zich moeten richten op individueel en maatschappelijk zinvol werk (denk aan bestrijding van eenzaamheid, bevorderen van duurzaamheid in steden etc.), geen bestaand werk moeten verdringen en voor de betrokken mensen een plus op de uitkering moeten inhouden (wel of niet op minimumloonniveau).

Diverse steden experimenteren met dergelijke arrangementen, maar er is in het huidige stelsel nog geen algemeen geaccepteerde regeling. Dat laatste heeft te maken met financierings- en organisatievraagstukken (wie betaalt, hoe wordt het georganiseerd?), maar ook met uiteenlopende politiek-ideologische inzichten en overtuigingen. Een inclusieve arbeidsmarkt houdt in onze visie ook in dat mensen die werken, in welk arrangement dan ook, recht hebben op een goede oudedagsvoorziening. Inclusie houdt niet op bij de aowgerechtigde leeftijd. De aow is een minimumvoorziening waarvan het wenselijk is dat deze, net als bij veel insiders op de arbeidsmarkt, kan worden aangevuld door voorzieningen uit de tweede of derde pijler of door een andere collectieve regeling. Een goede pensioenvoorziening zou de hierboven beschreven arrangementen aantrekkelijker maken voor de deelnemers, naast een beloning die hoger is dan het uitkeringsniveau (inclusief toeslagen). Als dit niet kan worden geboden en geregeld, ontstaan er de komende tijd nieuwe ‘witte vlekken’ in de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel.

We gaan onderzoeken of en hoe basisbanen of participatiebanen ook kunnen worden meegenomen in een tweede of derde pijler of andere pensioenvoorziening. Hoe kan dat op een bestaande of nieuwe wijze worden geregeld en is dat haalbaar?

Netspar, Network for Studies on Pensions, Aging and Retirement, is een denktank en kennisnetwerk. Netspar is gericht op een goed geïnformeerd pensioendebat.

MEER OVER NETSPAR


Missie en strategie           •           Netwerk           •           Organisatie           •          Magazine
Netspar Brief            •            Werkprogramma 2019-2023           •           Onderzoekagenda

OVER NETSPAR

Onze partners

B20180327_logo_PGB-Pensioendiensten_grijswaarden
B20160708_aegon
B20160708_maastricht university
B20160708_B20160615_Stichting-van-de-Arbeid-logo
B20160708_radboud
Bekijk al onze partners