De pensioensector wordt gekenmerkt door complexe onderlinge afhankelijkheden tussen stakeholders. Pensioenuitvoerders beheren de fondsen van pensioendeelnemers en beleggen deze in bedrijven. Veel beslissingen zijn niet alleen gebaseerd op individuele voorkeuren, maar ook op opvattingen over wat anderen belangrijk vinden, wat het gedrag beïnvloedt. Pensioenuitvoerders voelen zich bijvoorbeeld misschien niet verantwoordelijk om actie te ondernemen (bijvoorbeeld uitsluitend investeren in innovatieve bedrijven op het gebied van hernieuwbare energie in plaats van in traditionele fossiele-brandstofbedrijven) als ze ervan uitgaan dat deelnemers dit niet steunen. Evenzo voelen bedrijven zich misschien niet gedwongen om nieuwe duurzame praktijken of bedrijfsmodellen in te voeren als ze denken dat pensioenuitvoerders alleen zullen investeren in ondernemingen met bewezen financieel rendement. Evenzo voelen pensioendeelnemers zich misschien niet verantwoordelijk om actie te ondernemen (door bijvoorbeeld hun overtuigingen en voorkeuren met pensioenuitvoerders te delen) als ze zich geïsoleerd voelen in hun voorkeuren en niet in staat zijn om besluitvormers te bereiken. Aangezien beslissingen voor of door anderen worden genomen, wordt het bovendien gemakkelijk om zich van het onderwerp te distantiëren en moreel onhoudbare investeringen te accepteren, zelfs als deze in strijd zijn met iemands persoonlijke waarden, wat belanghebbenden verder kan ontmoedigen om verandering teweeg te brengen. De afstand tussen de drie belangrijkste groepen belanghebbenden die in dit project worden onderzocht en de beperkte directe interactie tussen hen (bijvoorbeeld alleen indirect via werkgevers of vermogensbeheerders, als die er al is) kunnen leiden tot mogelijke vooroordelen en misvattingen, die van invloed zijn op pensioengerelateerde beslissingen en acties.

Dit WorkPackage1 onderzoekt (i) de motivaties van individuele belanghebbenden voor duurzame verandering, (ii) hun percepties van elkaar, en (iii) de oorsprong en gevolgen van deze percepties, om de drijfveren en belemmeringen bij duurzaamheids-beslissingen te verduidelijken. Gedurende de looptijd van dit WP1 zal het belangrijke input leveren voor WP2 (het achterhalen van de duurzaamheidsvoorkeuren van pensioendeelnemers) en WP3 (communicatie over duurzame investeringen).

Belangrijkste onderzoeksvragen

  1. Wat kenmerkt de duurzaamheidsvoorkeuren van individuen binnen de drie belangrijkste groepen belanghebbenden (pensioenuitvoerders, pensioendeelnemers en bedrijven) en waar komen deze vandaan (bijv. waarden, overtuigingen)?
  2. Welke percepties en ideeën hebben individuele belanghebbenden over hun rollen en verantwoordelijkheden, en waar komen deze percepties vandaan (bijv. overtuigingen over effectiviteit, professionele verantwoordelijkheden)?
  3. Welke percepties en ideeën hebben individuele belanghebbenden over elkaars voorkeuren, rollen en verantwoordelijkheden, en waar komen deze percepties vandaan?
  4. Hoe beïnvloeden deze individuele en waargenomen voorkeuren, rollen en verantwoordelijkheden de pensioenbeslissingen en -acties van individuele belanghebbenden, met name in de context van de duurzaamheidstransitie?