Het onderwerp valse- of schijnzelfstandigen is al langere tijd een thema in het arbeidsrecht: de persoon ten aanzien van wie de schijn is opgetrokken dat deze werk op een overeenkomst van opdracht, maar in werkelijkheid als werknemer op een arbeidsovereenkomst werkzaam is. Met de Deliveroo-uitspraak van de Hoge Raad is de aandacht in een versnelling gekomen en in een stroomversnelling door politieke aandacht en aankondiging dat de belastingdienst vanaf 2025 gaat handhaven op aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst bij schijnzelfstandigen.

Dit topicality richt zich op één aspect, namelijk de vraag of aan de geen premie, wel recht gevolgen zijn te ontkomen, waarbij op twee juridische vragen wordt ingegaan:

1) Zijn er algemene rechtsnormen om ‘geen premie, geen recht’ toe te passen ?

2) Is via gerichte bepalingen in het reglement een uitzondering op de regel ‘geen premie, wel recht’ mogelijk?