De nieuwe pensioenwet (Wet Toekomst Pensioenen, WTP) verplicht pensioenfondsen om investeringsbeslissingen te baseren op de risicohouding en risicocapaciteit van hun deelnemers. Risicocapaciteit weerspiegelt de financiële situatie van een huishouden, in het bijzonder de omvang en samenstelling van hun portefeuille van huisvesting, spaargeld en beleggingen. Het meten van de risicocapaciteit stelt de pensioensector voor unieke uitdagingen, omdat deze waarschijnlijk in de loop van de tijd varieert als gevolg van beslissingen van pensioendeelnemers, zoals het kopen en verkopen van risicovolle financiële activa, bijvoorbeeld aandelen.

Dit onderzoek zal licht werpen op hoe huishoudens hun portefeuille aanpassen in reactie op economische gebeurtenissen, door de relatie te onderzoeken tussen belangrijke subjectieve verwachtingen en risico’s met betrekking tot inkomen, pensioenen en huisvesting enerzijds en het bezit van risicovolle activa anderzijds. Het kwantificeren van deze relaties is cruciaal voor het begrijpen van de heterogeniteit in de portefeuilles van huishoudens, met name wat betreft het nemen van weinig risico en de dynamiek van de levenscyclus, en voor de implicaties ervan voor de vermogensverdeling en de dynamiek op de financiële markten. Het onderzoek zal de pensioensector nieuwe inzichten verschaffen in de determinanten van risicobereidheid en duidelijk maken hoe het waargenomen pensioenrisico andere componenten van de huishoudportfolio beïnvloedt.