Hoe kunnen de voorkeuren en overtuigingen van pensioendeelnemers op het gebied van duurzaamheid worden achterhaald?
Gezien het verplichte karakter van Nederlandse pensioenfondsen hebben deelnemers geen andere keus dan zich aan te sluiten bij het fonds dat voor hun branche is aangewezen of door hun werkgever is geselecteerd, zonder dat zij de mogelijkheid hebben om te kiezen of uit te treden als zij het niet eens zijn met het beleid, bijvoorbeeld op het gebied van duurzame beleggingen. Dit gebrek aan keuzevrijheid kan zowel de betrokkenheid van deelnemers als de steun voor het pensioenstelsel als geheel verzwakken. Bovendien is de vertegenwoordiging van deelnemers op pensioenterrein beperkt. In Nederland bestaan de meeste pensioenfondsbesturen uit leden van vakbonden en werkgeversorganisaties, met enige vertegenwoordiging van gepensioneerden. Hoewel er als gevolg van recente bestuurshervormingen pensioenparticipantenraden zijn ontstaan, blijven er zorgen bestaan: (a) wie neemt zitting in deze raden (waarschijnlijk een scheve verhouding door zelfselectie van oudere mannen met een hoger inkomen), en (b) voelen deelnemers zich echt vertegenwoordigd? Deelnemers blijven over het algemeen niet betrokken, wat resulteert in zwak bestuur.
Veel Nederlandse pensioenuitvoerders verbeteren de betrokkenheid van deelnemers, gedreven door maatschappelijke druk, verwachte wetswijzigingen en zgn. zachte wetgeving. Zo heeft de Overeenkomst Verantwoord Ondernemen (SER) fondsen ertoe aangezet om deelnemers te betrekken bij strategische beslissingen over verantwoorde beleggingen, vaak via enquêtes of focusgroepen. Deze benaderingen zijn echter gevoelig voor vertekening en door de beperkte steekproefomvang is het moeilijk om generalisaties te maken. Er zijn maar weinig pensioenuitvoerders die rechtstreeks contact hebben met een representatieve groep deelnemers, vaak vanwege beperkte middelen en vermeende lacunes in de kennis van deelnemers op het gebied van financiën en duurzaamheid. Velen vertrouwen op marktonderzoeksbureaus die niet bekend zijn met de specifieke kenmerken van pensioenen, wat tot nog meer vertekening leidt.
Om de betrokkenheid van deelnemers te vergroten, heeft het onderzoeksteam van dit WorkPackage2 onlangs samengewerkt met Pensioenfonds Detailhandel (PD) om een ‘deliberative mini-public’ (DMP) in te voeren, de eerste keer wereldwijd dat een dergelijk format werd gebruikt in de context van duurzame beleggingen door pensioenfondsen. Hierbij werd een representatieve groep deelnemers betrokken bij beleidsbesprekingen, waardoor democratische betrokkenheid, wederzijds begrip en tolerantie werden bevorderd. PD zet zich al lang in voor de betrokkenheid van deelnemers. In 2018 hield het een bindend referendum over de uitbreiding van duurzame beleggingen en in 2020 volgde een niet-bindende enquête, waaruit over het algemeen bleek dat er aanzienlijke steun bestaat voor het opnemen van duurzaamheid in het beleggingsbeleid.
Gezien de diversiteit aan maatschappelijke opvattingen over duurzaamheidskwesties (bijvoorbeeld klimaatverandering, biodiversiteit, mensenrechten), hebben deelnemers aan pensioenfondsen waarschijnlijk uiteenlopende standpunten over deze kwesties. Inzicht krijgen in deze standpunten is vooral cruciaal in het verplichte Nederlandse stelsel, waar deelnemers slechts in beperkte mate betrokken zijn bij de bestuursstructuren. Deze inzichten zullen de besturen van pensioenfondsen helpen om hun strategieën voor verantwoord beleggen af te stemmen op de belangen van de deelnemers. Dit WP2 zal daarom innovatieve manieren ontwikkelen om duurzaamheidsvoorkeuren bij deelnemers aan Nederlandse tweede-pijlerpensioenregelingen in kaart te brengen. Dit WP2 maakt gebruik van belangrijke inzichten uit WP1 (drijfveren en belemmeringen bij duurzaamheidsbeslissingen van individuen) en zal belangrijke input leveren voor WP3 (communicatie over duurzame beleggingen).
Belangrijkste onderzoeksvragen
- Hoe kunnen bevindingen van een representatieve maar kleine groep in de ‘Deelnemersdialoog’ (zo werd de deliberatieve vorm bij PD genoemd) worden bevestigd door de bredere deelnemersgroep van een pensioenuitvoerder? Is er overeenstemming tussen de grotere steekproef en de deelnemers aan de ‘Deelnemersdialoog’?
- Hoe kunnen pensioenuitvoerders een voortdurende, zinvolle dialoog met pensioendeelnemers over duurzaamheid bevorderen via online en face-to-face DMP?
- Sluiten de standaardbeleggingsinstellingen (duurzaam versus conventioneel) aan bij de voorkeuren van werknemers? Hoe nauwkeurig kunnen werkgevers de voorkeuren van werknemers voorspellen, en weerspiegelen de keuzes van werkgevers deze voorkeuren of hun eigen voorkeuren? Welke factoren zijn bepalend voor de standaardkeuze van werkgevers, en hoe kunnen uitvoerders beter aansluiten bij de voorkeuren van werknemers?
Lees het later nog eens terug
Op de hoogte blijven?
Wil je op de hoogte blijven van onderzoek, bijeenkomsten en nieuws? Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief van Netspar.