Spring naar content

Twintig jaar Netspar door de ogen van de oprichters: de Johan Cruijff en Frenkie de Jong van de pensioenwereld

Lans Bovenberg en Theo Nijman

Ze zaten op dezelfde scholen in Oosterbeek en later Arnhem, voetbalden bij dezelfde protestantse vereniging en groeiden op in dezelfde gereformeerde zuil. Lans Bovenberg en Theo Nijman delen meer dan een jeugd in de Veluwezoom. Ze delen ook de overtuiging dat wetenschap ten dienste moet staan van de samenleving. En dat samenwerken loont, juist als het schuurt.

Een idee op fundamenten van vriendschap

“Wij zijn het schoolvoorbeeld van hoe een gedeelde achtergrond tot gedeelde idealen kan leiden”, zegt Lans, emeritus hoogleraar economie en winnaar van de Spinozapremie. Hij herinnert zich hun eerste ontmoeting op de kleuterschool nog goed: “Theo zat een klas boven mij. Als klein ventje keek ik naar hem op.”

Toch kwamen de twee pas echt nader tot elkaar op het voetbalveld. Bij Ostrabeke, een van de vijf verzuilde clubs in Oosterbeek, vormden ze het hart van het team. Lans: “Theo was de schakel, de verbinder. Ik was meer van de ideeën, de actie.” Theo trekt de parallel door: “Lans is de Johan Cruijff, ik ben de Frenkie de Jong.”

Diezelfde dynamiek legde decennia later de basis voor Netspar. Toen de economische faculteit in Tilburg begin deze eeuw verscheurd werd door interne spanningen, wisten de twee voormalige dorpsgenoten elkaar opnieuw te vinden. “Er was een conflict tussen algemene en bedrijfseconomen”, vertellen Theo en Lans. “We kwamen elk uit een andere stal. Dat bleek onze kracht. We konden bruggen bouwen.”

De kiem: crisis en kans

De directe aanleiding voor Netspar lag in de nasleep van die bestuurlijke crisis. Het onderzoeksinstituut CentER, dat de wetenschappelijke economiebeoefening in Nederland veel meer internationaal had gemaakt, was niet onomstreden. Lans en Theo stapten in met als doel om de kernwaarden nieuw leven in te blazen. Toen Lans in 2004 de Spinozapremie won, kwam alles in stroomversnelling. “Ik ontving anderhalf miljoen euro voor onderzoek”, vertelt hij. “Ik dacht meteen aan pensioenen. Een onderwerp dat me mateloos fascineert: het raakt economie, ethiek, generaties, duurzaamheid.”

Wie het oorspronkelijke idee voor Netspar aandroeg, daar verschillen de heren nog altijd van mening over. Theo: “Volgens mij was het Lans’ idee.” Lans, even resoluut: “Ik blijf erbij dat Theo het opperde.” Wat telt: ze waren het roerend eens over het wat en waarom. De vergrijzing was in volle gang, de arbeidsmarkt fundamenteel aan het veranderen. “We zagen de storm aankomen”, zegt Theo. “Maar de beleidswereld was er nog niet op ingericht. Er was kennis, maar die zat verspreid over disciplines, universiteiten, instellingen.”

De kracht van samenwerking

Aldus deden Theo en Lans iets ongekends. Ze bouwden een netwerk dat academici uit heel Nederland bij elkaar bracht, over universiteitsgrenzen heen. En ze legden verbindingen tussen wetenschap en beleidsmakers, de toezichthouders en de pensioen- en verzekeringssector zelf. “Dat was in die tijd uniek”, zegt Lans.

Niet iedereen was meteen enthousiast. “We hebben onze plek echt moeten bevechten”, weet Theo nog als de dag van gisteren. “In het begin kreeg ik soms boze telefoontjes van sponsors. Dan had Lans weer iets gezegd dat gevoelig lag. Dan moest ik de boel sussen.” Lans lacht: “Ik was de profeet, Theo de pragmaticus.” Een sponsor vatte het ooit plastisch samen: ‘Ik betaal voor de tomaten waarmee ik word bekogeld.’ “Maar”, zegt Theo, “dat maakte ons juist waardevol. Omdat we onafhankelijk bleven. En bruggen bouwden.”

Netspar bracht verandering

Netspar speelde een fundamentele rol in de pensioendiscussies van de afgelopen twee decennia. Het was het eerste platform waar wetenschap, beleid en praktijk elkaar structureel en open konden ontmoeten, zonder directe politieke of commerciële druk. “Een plek waar mensen met verschillende belangen met elkaar in gesprek kunnen”, zegt Theo. “Op neutraal terrein, op basis van feiten en onderzoek.”

De blijvende relevantie van Netspar

Anno 2025 is het pensioenlandschap opnieuw in beweging. Het nieuwe stelsel is nog niet uitgekristalliseerd, het vertrouwen van burgers broos. Jongere generaties hebben andere verwachtingen en arbeidsrelaties blijven veranderen. Ook nu is de behoefte aan onafhankelijke, samenhangende kennis groot. “Het duurt lang om draagvlak te creëren voor verandering”, weet Lans inmiddels. “We schreven in 2005 al over hervormingen die nu pas doorgang vinden.”

En de toekomst?

Beide oprichters zien belangrijke thema’s opdoemen. Denk aan de impact van digitalisering en AI. De opkomst van flexwerk en zzp’ers. De vraag wat solidariteit nog betekent in een geïndividualiseerde samenleving. Netspar kan daarin blijven dienen als gids. “Wat we gebouwd hebben, is geen instituut”, zegt Lans. “Het is een cultuur. Van samenwerking, openheid, nieuwsgierigheid.” Theo: “Een goede wetenschapper stelt zich kwetsbaar op. Stelt vragen. Dat moeten beleidsmakers ook doen. Netspar helpt daarbij.”

Voor Lans ligt de kern van zijn motivatie nog altijd in de morele vraag die onder elk pensioenstelsel ligt: hoe gaan we om met kwetsbare ouderen? “Pensioen is een vorm van solidariteit tussen generaties. Een contract dat we als samenleving sluiten. Daar doe ik het voor.”

En zo blijft Netspar als het stille fundament onder de pensioendiscussie verrassend veerkrachtig. Want achter elke maatschappelijke storm of politieke twist is daar nog altijd dat netwerk, ooit bedacht door twee jongens uit Oosterbeek, met een gedeelde liefde voor spel en samenleving. Met een glimlach besluiten ze: “We hadden het nooit gered zonder elkaar. Cruijff en Frenkie. We vulden elkaar aan.”

Lans’ hoogtepunt: Knikkende knieën

De route naar het hoofdkantoor van PGGM vergde die dag in 2004 wat improvisatie. Eerst met de trein, toen een stroeve overstap op de bus. Het regende hard en de bushalte bleek verder van het kantoor dan gedacht. Maar Lans en Theo kwamen er.

Ze waren niet bepaald zeker van hun zaak, herinnert Lans zich. “We gingen daarheen met knikkende knieën. PGGM was voor ons een soort heiligdom.” Bij aankomst bleek de ontvangst warmer dan ze zich hadden kunnen voorstellen. Dick de Beus ontving hen persoonlijk. “Hij haalde er meteen Jan Tamerus bij, de denker van PGGM.”

Wat volgde was geen formele bespreking, maar onmiddellijke herkenning. “Dick begon ter plekke mensen te bellen. Grote namen uit de sector. ‘Hier moeten jullie naar luisteren.’ Het was onwerkelijk”, weet Lans nog goed.

Terug naar het station hoefden ze niet meer met het openbaar vervoer. De chauffeur van De Beus bracht ze in de dienstauto. “Dat bezoek was het begin van alles”, zegt Theo. “PGGM was de eerste partner die tekende. Maar belangrijker: ze geloofden in het idee van Netspar.”

Theo’s hoogtepunt: Een sidderende zaal

Het was een broeierige periode. In de jaren 2012-2014 stond de pensioensector onder hoogspanning. De crisis had diepe sporen nagelaten, het vertrouwen was broos en de spanningen tussen vakbonden, werkgevers en fondsen liepen zo hoog op dat zelfs de FNV op breken stond. Sommige partijen spraken elkaar bewust al meer dan een jaar niet meer.

“Toen hebben we negen sleutelfiguren bij elkaar aan tafel gezet”, vertelt Theo. “In alle rust, zonder pers en met één opdracht: probeer elkaar te begrijpen.” Het leverde iets zeldzaams op: het inzicht dat alle partijen valide argumenten hadden, maar elkaars taal niet meer spraken.

Kort daarna hielden Theo en Lans hun dubbeloratie aan Tilburg University met als titel: Persoonlijk Pensioen met Risicodeling. Een academisch klinkende term, maar in feite de blauwdruk van het pensioen zoals Nederland dat nu langzaam invoert. “De zaal zat vol”, herinnert Lans zich. “Bestuurders, wetenschappers, beleidsmakers. De spanning was voelbaar.” Theo glimlacht: “De hele zaal sidderde en zinderde. Dat maak je zelden mee bij een oratie.”

Het was de doorbraak van een idee dat in beleidskringen al langer rondzong: het oude systeem, waarin de werkgever de garanties bood, was niet langer houdbaar. Vergrijzing, langer leven, en flexibelere arbeid maakten het nodig om risico’s anders te verdelen. Maar hoe? En zonder het stelsel om zeep te helpen? Netspar speelde daar een constructieve rol in. Op de inhoud, maar ook qua toonzetting.

Soms kwamen de doorbraken ook met een risico voor de boodschapper. Zoals in 2006, toen PvdA-leider Wouter Bos op een Netspar-conferentie uitsprak dat ook zijn partij vóór verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar was. “Dat heeft hem in de peilingen de helft van zijn zetels gekost”, vertelt Theo. Lans vult aan: “Maar hij deed het. Hij stak zijn nek uit. En gaf Netspar daarmee ongelooflijk veel publiciteit. Na zijn politieke carrière werd hij voorzitter van onze Raad van Toezicht.”

Dit artikel is gepubliceerd ter gelegenheid van 20 jaar Netspar.