Samenvatting

Een onderscheidend aspect van de solidaire premieregeling is dat een deel van het gezamenlijke vermogen niet aan individuele deelnemers wordt toegewezen. Dit deel wordt aangeduid als de solidariteitsreserve. Volgens de wetgeving is het doel van deze reserve dat zij moet leiden ‘tot gemiddeld stabielere of hogere toekomstige en al ingegane pensioenuitkeringen voor alle generaties’. In dit hoofdstuk beschrijven we dat dit algemeen geformuleerde doel op vijf wezenlijk verschillende manieren kan worden ingevuld. Ook evalueren we de effecten van de invulling die het meest gangbaar is in de praktijk, namelijk het repareren van nominale verlagingen van ingegane uitkeringen. Daarbij bespreken we in hoeverre sprake is van een omslagelement van jong naar oud, en of er al dan niet een impliciete schuld ontstaat. Tot slot presenteren wij nieuwe, niet eerder gepubliceerde resultaten, gebaseerd op een maatstaf die de marktwaarde van door de reserve vermeden pensioenverlagingen relateert aan de marktwaarde van de pensioenverlagingen zonder reserve.