“Meer aandacht nodig voor risico’s bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid”

Wat is onderzocht in het paper?

In het paper is onderzocht hoe levensloopschokken (langdurige werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, echtscheiding en het overlijden van een partner) samenhangen met het verdiende inkomen en de vermogensopbouw gedurende het leven van degenen die de levensloopschok ervaren.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen?

Arbeidsgerelateerde risico’s hebben een veel grotere impact op het levensloopinkomen en de vermogensopbouw dan scheiding en partneroverlijden. Mensen die tussen hun 38e en 47e levensjaar arbeidsongeschikt of langdurig werkloos raken verliezen respectievelijk 30 en 25 procent van hun inkomen tot aan hun 68e verjaardag. Het effect van scheiding en partneroverlijden is kleiner dan 10 procent. Het lagere inkomen beperkt de mogelijkheden voor opbouw van pensioenvermogen.

Wat zijn de implicaties?

  • Sociale partners kunnen de financiële effecten van arbeidsgerelateerde risico’s beperken door pensioenregelingen af te spreken die voorzien in een arbeidsongeschiktheidspensioen en (al dan niet premievrije) pensioenopbouw gedurende arbeidsongeschiktheid of werkloosheid.
  • Het kan wenselijk zijn dat sociale partners verder kijken dan het wettelijk verplichte onderscheid naar leeftijd bij de invulling van pensioenregelingen en transitie- en implementatieplannen. Zij zouden bijvoorbeeld binnen leeftijdscohorten kunnen differentiëren naar arbeidsmarktstatus (actief deelnemer, werkloos, arbeidsongeschikt, nabestaande).
  • Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering kan helpen om schrijnende situaties te voorkomen en verkleint tegelijkertijd verschillen in sociale lasten tussen verschillende arbeidsvormen.
  • De overheid kan overwegen om pensioenopbouw voor alle werkenden te verplichten. Ook dit verkleint verschillen in sociale lasten tussen verschillende arbeidsvormen, maar biedt geen verzekering tegen arbeidsgerelateerde risico’s.