De toereikendheid van Nederlandse pensioenen
Industry paper 2025-32
“Woningbezit speelt een belangrijke rol in het bereiken van een toereikend pensioeninkomen”
Wat is onderzocht in het paper?
In dit paper wordt de toereikendheid onderzocht van de pensioenopbouw van 4,3 miljoen Nederlandse huishoudens, op basis van data uit de vier pensioenpijlers: AOW, aanvullend pensioen, vrijwillig pensioen en individueel vermogen. Het doel is om een beeld te schetsen van de opbouw van het verwachte pensioeninkomen en de verschillen die bestaan tussen groepen.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
De mediane bruto vervangingsratio (inkomen na pensionering gedeeld door het inkomen vóór pensionering) bedraagt ongeveer 60 procent op basis van AOW, aanvullend pensioen en vrijwillig pensioen samen, en stijgt tot bijna 70 procent als ook het individueel vermogen (zoals spaargeld en woning) wordt meegenomen. Toch heeft een kwart van de huishoudens in dat geval een bruto vervangingsratio van 56 procent of minder, ruim onder 70-procentsnorm die in de literatuur als vuistregel wordt gebruikt. De mediaan van het verwachte bruto pensioeninkomen op basis van de AOW is 19.000 euro per jaar (30 procent van het inkomen voor pensionering) en 14.000 euro (24 procent) op basis van het aanvullend pensioen. Vrijwillige pensioenen leveren gemiddeld genomen een beperkte bijdrage aan het pensioeninkomen. Individueel vermogen speelt echter een belangrijke rol, vooral via lagere woonlasten door afgeloste hypotheken. Dit helpt sommige huishoudens hun pensioeninkomen tot boven de gangbare toereikendheidsnorm te tillen.
Wat zijn de implicaties?
De auteurs concluderen dat het Nederlandse pensioensysteem gemiddeld goed presteert, maar dat de verwachte pensioeninkomens flink uiteenlopen. Kwetsbare groepen zijn onder andere zelfstandigen, huurders, flexwerkers en huishoudens met een migratieachtergrond.