Samenvatting

De lifecycle-theorie vormt, met haar kernprincipes van stabiel sparen en leeftijdsafhankelijk beleggen, een belangrijke wetenschappelijke basis voor de Wet toekomst pensioenen (Wtp), vooral in het beleggingsbeleid. Tegelijkertijd wijkt het nieuwe stelsel op cruciale punten af van de theorie: de vaste premie beperkt optimale consumptiespreiding en het voorgeschreven leeftijdspad voor beleggingsrisico is een vereenvoudigde, minder dynamische variant van wat de theorie ideaal acht. De conclusie is dan ook dat de Wtp veel lifecycle-elementen omarmt, maar belangrijke theoretische optimalisaties (zoals variabele premies en volledig dynamisch risicobeleid) om praktische en institutionele redenen onbenut laat.